Conducts research and collects data on the global history of labour, workers, and labour relations

Spanje en Italië - Archieven

Het IISG dankt veel van haar Spaanse en Italiaanse collecties aan de bemiddeling van een Oostenrijkse anarchist, Max Nettlau. Deze aartsverzamelaar onderhield warme relaties met Spaanse anarchisten als Diego Abad de Santillán en Federica Montseny, en met Italiaanse als Luigi Fabbri en Ugo Fedeli.
In de jaren '20 en '30 was Nettlau vaak in Spanje te vinden. Dat gold ook voor de 'chef' van de 'afdeling anarchisme en Latijnse landen' van het IISG, Arthur Lehning. Nettlau's fenomenale collectie anarchistica arriveerde eind 1935 in het Instituut, waardoor het IISG op slag 's werelds grootste documentatiecentrum op het gebied van het anarchisme werd. Dit predikaat gaf vleugels aan de naamsbekendheid van het IISG in Spanje, een land dat sowieso al een sterke anarchistische traditie kende.

Toen het verlies van de Republikeinen in de burgeroorlog onvermijdelijk leek, zocht een vooraanstaand lid van de Federación Anarquista Ibérica, Diego Abad de Santillán, contact met het Instituut, met de bedoeling archieven in veiligheid te brengen. Op miraculeuze wijze de grens over gekomen vlak voor de val van Catalonië, kwamen tientallen "Spaanse kisten" zoals ze later in de wandeling genoemd werden, in het IISG- filiaal in Parijs aan. Ze bevatten de archieven van de Confederación Nacional del Trabajo (CNT) en van de Federación Anarquista Ibérica (FAI). Vrijwel alle nadien verworven Spaanse archieven dragen het stempel van de burgeroorlog en anarchisme. Belangrijke naoorlogse acquisities waren de archieven van ballingen en hun organisaties, zoals Fernando Gómez Peláez, José Martinez Guerricabeitia en zijn uitgeverij Ruedo Ibérico, en de Federación Española de Deportados e Internados Politicos (FEDIP). Andere interessante collecties kwamen binnen dankzij historische onderzoekers, zoals een uitvoerige documentatie over de Comissiones Obreras (CCOO) in de jaren '60 en '70. Deze Arbeiderscomité's werden op de grote fabrieken gevormd om voor de rechten van de arbeiders op te komen en iets aan de lage lonen te doen, een taak die de officiële vakbonden hadden laten liggen.Ze opereerden binnen de marges van wat wettelijk toegestaan was.

Ook de Italiaanse archieven in het IISG zijn voornamelijk van anarchistische signatuur. Voorbeelden zijn het archief Armando Borghi met veel materiaal van en over Errico Malatesta, de archieven van Ugo Fedeli, van Luce Fabbri en van haar vader, Luigi Fabbri. Het archief van de Partito Anarchico Italiano geeft een beeld van de beweging in de jaren '80 en '90 van de twintigste eeuw.
Een deel van het archief van de socialistische voorman Filippo Turati kwam in 1956 in bezit van het Instituut door bemiddeling van Julius Braunthal, secretaris van de Socialistische Internationale en bestuurslid van het IISG. Turati onderhield een levendige correspondentie met een heel scala van personen binnen en buiten de Tweede Internationale, van Friedrich Engels tot Benoît Malon.