Conducts research and collects data on the global history of labour, workers, and labour relations

Vragen aan Leo Lucassen, Directeur Onderzoek IISG

Op 1 september trad Leo Lucassen aan als Directeur Onderzoek van het IISG. Hij volgde Marcel van der Linden op, de initiator van het Global Labour History onderzoeksprogramma. Lucassen is specialist op het gebied van migratiegeschiedenis. Wat worden zijn plannen voor het IISG-onderzoek, wat zijn zijn ervaringen? Wij legden hem die vragen voor.

‘Het IISG is een prachtinstituut. Ik vind wel dat we ons meer kunnen mengen in het maatschappelijk debat. Er wordt op het IISG top-onderzoek gedaan en er zijn veel indrukwekkende collecties, die goed aansluiten bij de grote vragen van onze tijd: sociale ongelijkheid, de afnemende vanzelfsprekendheid van vaste dienstverbanden, de eroderende welvaartsstaat,  ‘civil society’, radicalisme en last but not least:  migratie. Daar kunnen we meer mee naar buiten treden'

Arbeidsrelaties

Met het Global Labour History onderzoeksprogramma dat nu bijna tien jaar draait kan ik uitstekend uit de voeten. In de eerste fase van dit programma is er een zeer bruikbare – en internationaal erkende -  taxonomie  van alle soorten arbeidsrelaties in heden en verleden ontworpen en wordt er hard gewerkt aan het systematisch verzamelen van gegevens over arbeidsrelaties wereldwijd sinds 1500, via de zogenaamde Global Collaboratory on the History of Labour Relations. Dat werk is nog lang niet af, gaat gewoon door en is cruciaal voor de leidende rol van het instituut op dit zo belangrijke terrein.

Omdat arbeidsrelaties wereldwijd in vijf eeuwen een erg breed terrein vormen, moeten er - nu we de tweede, meer verklarende fase van het GLH-programma, ingaan – wel strategische keuzes worden gemaakt. Op welke structurele veranderingen in arbeidsrelaties gaan we ons richten? Maar ook, aan welke meer algemene wetenschappelijke en maatschappelijke discussies willen we meedoen, om zo het fundamentele onderzoek meer onder de aandacht te brengen? Ik zie daar allerlei mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan het stof dat het boek Capital in the twenty-first century van de Franse econoom Piketty heeft doen opwaaien. Zijn these dat arbeid het op de lange termijn verliest van kapitaal en dat bijgevolg de sociale ongelijkheid steeds meer toeneemt, daarover is er binnen het IISG heel veel kennis.

Prominentere rol in debatten

Hetzelfde geldt voor de – hier nauw mee samenhangende -  toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt en de groei van het aantal ZZP’ers. Hoe moeten we die recente ontwikkeling bezien in het licht van de veel langere trends sinds de vroegmoderne periode? Daar wordt door onderzoekers van het IISG studie naar gedaan en over gediscussieerd, maar we zouden een prominenter rol in deze debatten kunnen spelen. Hetzelfde geldt voor thema’s als democratie, migratie en economische groei.

Het goede nieuws is dat het huidige onderzoek - ook in samenwerking met de  meer economisch historische benadering  van topwetenschappers als Jan Luiten van Zanden in het Clio-Infra programma - de komende jaren wordt uitgebreid en geïntensiveerd. Mede door een nieuwe miljoenensubsidie voor digital humanities, en de werving van nieuwe onderzoekers, kunnen we een nog prominenter rol gaan spelen op het bloeiende internationale terrein van de global history en ook een bijdrage leveren aan vragen over globalisering en de rol van opkomende landen als China, India, Brazilië en Afrikaanse landen.

Migratiegeschiedenis en Global Labour History

Net als ‘labour’ is ‘migratie’ een lens die je als historicus kunt gebruiken als je naar lange termijn processen kijkt. Als je dat doet, realiseer je je hoe weinig honkvast veel mensen in het verleden waren en hoe de interactie tussen mensen met verschillende culturele achtergronden tot sociale verandering heeft geleid , maar  er is een groot gedeeld terrein met Global Labour History. Zo migreren de meeste mensen omdat ze elders werk hopen te vinden, of omdat hun werkgever ze naar een ander deel van de wereld stuurt (van soldaten tot expats). Verder hebben al die migranten allerlei arbeidsverhoudingen: van slaaf, tot diplomaat en alle gradaties die daar tussen in zitten.

Hoe die arbeidsverhoudingen, en de nauw daaraan gekoppelde sociale ongelijkheid, zich ontwikkelen, hangt sterk af van het type migratie. In de afgelopen jaren heb ik, samen met Jan Lucassen, een methode ontwikkeld  waarmee we op een systematische en uniforme manier wereldwijd migraties kunnen meten en zijn we momenteel bezig om  systematischer na te denken over de relatie tussen arbeidsrelaties en migratie. Die methode heet Cross Cultural Migration Rate, CCMR.

Slachtofferperspectief verlaten

Een andere overeenkomst tussen de thema’s arbeid en migratie is de vaak eenzijdige manier waarop die fenomenen worden bestudeerd. Labour en migratiehistorici bestuderen vooral de onderkant van de samenleving, niet zelden vanuit een slachtoffer perspectief (uitgebuit, gediscrimineerd)‘. Dat geldt overigens ook voor mijzelf. Pas meer recent ben ik mij gaan realiseren dat het de moeite loont om een veel breder perspectief te hanteren als het om ‘werkers’ en ‘migranten’ gaat. Het werk van Ulbe Bosma, over het Nederlandse koloniale circuit, heeft daar overigens een belangrijke bijdrage aan geleverd. Mensen die werken of migreren met meer dan gemiddelde ‘skills’ en met meer macht en status, vallen bij veel historici bijna automatisch buiten beeld. Deels omdat ze niet in dat ‘uitbuitingskader’ passen, maar ook omdat ze in de politieke discussies over deze onderwerpen zijn weg gefilterd. Als je goed wil begrijpen wat de rol van arbeidsverhoudingen is in de manier waarop mensen samenleven of als je wil weten onder welke voorwaarden migraties tot sociale veranderingen leiden, dan zijn juist migranten en loonarbeiders met een hoog inkomen en/of veel macht (denk aan missionarissen, koloniale bestuursambtenaren, diplomaten, expats, maar ook soldaten) cruciaal.

Sociale bewegingen

Het IISG heeft  van oudsher heel veel archieven en boeken verzameld over de arbeidersbeweging en andere sociale bewegingen of ‘civil society’, zoals Greenpeace en Amnesty International. Ook weten we erg veel over de rol van dergelijke organisaties als het gaat om de verhouding tussen arm en rijk. Een van de vragen die wat centraler op de agenda zouden moeten komen te staan is welke invloed sociale bewegingen (van welke signatuur dan ook) hebben gehad op arbeidsrelaties en daarmee de ‘well-being’’ van mensen. De collecties van het IISG zijn en blijven van cruciaal belang om maatschappelijke ontwikkelingen te begrijpen. In het wetenschappelijke debat over democratie staat het begrip ‘civil society’ bijvoorbeeld centraal. Hoe komt het dat die in sommige delen van de wereld veel beter is ontwikkeld dan in andere? En onder welke voorwaarden kunnen mensen zich collectief te weer stellen tegen de macht van de staat, zoals momenteel in Hong Kong? Waarom is dat in Rusland en China veel moeilijker? Maar denk ook aan de Arabische lente van een paar jaar geleden. Over de mogelijkheden van mensen om de samenleving via organisaties richting te geven, zowel collectief als individueel (‘agency’), heeft het IISG een enorme kennis en documentatie opgebouwd. Daar gaan we de komende jaren dan ook mee door en het zou mooi zijn als we op grond van dat ‘laboratorium’ een bijdrage kunnen blijven leveren aan het (globale) maatschappelijke en politieke debat  over democratie.

Het IISG en Leo Lucassen

De eerste keer dat ik het instituut bezocht was in het najaar van 1984 toen ik begon met mijn scriptieonderzoek naar vroege Franse socialisten en utopisten en hun houding jegens joden. Het instituut zat in een non-descript gebouw bij station Sloterdijk en had een vrijwel complete verzameling van boeken en pamfletten op dit gebied. Toen ik vijf jaar later mijn dissertatie over de geschiedenis van zigeuners afrondde, bleek de uitgeverij van het IISG dat boek uit te willen geven in haar serie.  In de loop van de jaren negentig kwam ik regelmatig in het IISG-  nu gevestigd in het pakhuis aan de Cruquiusweg - en publiceerde in 1993 mijn eerste artikel in de International Review of Social History.

De band met het IISG werd dus op verschillende manier gesmeed.  Ook door mijn groeiende interesse in migratiegeschiedenis, waarin ik samen met mijn broer Jan Lucassen actief werd. Het IISG heeft in het verleden trouwens al heel veel initiatieven op het gebied van migratiegeschiedenis genomen. En daar was ik ook al bij betrokken. Het onderzoeksproject Global Migration History van 2004 beoogt  op een meer systematische wijze kennis over globale migratieprocessen bij elkaar te brengen. In diezelfde tijd kwam de bekroonde website vijfeeuwenmigratie.nl, die in het  IISG werd ontwikkeld, tot stand. Daarnaast is er het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM), waar het IISG als partner bij betrokken is. Het IISG en ik kennen elkaar dus al heel lang.

Posted: 
27 October 2014