Onderzoekt en verzamelt de geschiedenis van werk, werkenden en arbeidsverhoudingen wereldwijd

Arbeidersstaat zonder Arbeiders?

100 jaar Russische Revolutie: onderzoek, collecties en activiteiten bij het IISG.

De Russische Revolutie van oktober 1917 bracht een partij aan de macht die zich beriep op de arbeidersklasse. De Bolsjewieken vestigden de dictatuur van het proletariaat. Dit betekende dat de belangen van andere sociale klassen ondergeschikt werden gemaakt aan die van de arbeiders. Alleen – bestond die arbeidersklasse wel?

Kogellagerfabriek, Moskou 1932, door Kislov. Collectie IISG (BG B6/756-60)

Arbeiders versus arbeidersklasse

Rusland was lang een overwegend agrarisch land gebleven. Pas in de jaren zeventig van de negentiende eeuw kwam er een proces van industrialisatie op gang. Er waren dus zeker arbeiders toen de Bolsjewieken aan de macht kwamen. Maar het is de vraag in hoeverre die zich ook daadwerkelijk als zodanig definieerden, en in welke mate er sprake was van een klassenbewustzijn. De meeste arbeiders in de industrie en andere stedelijke bedrijfstakken, zoals de bouw en de transportsector, waren namelijk van boerenkomaf, en hadden vaak ook nog land om op terug te kunnen vallen op hun oude dag of in tijden van werkeloosheid.

Dat die link met het platteland springlevend was, werd duidelijk toen revolutie, oorlog en burgeroorlog na 1917 de stedelijke economie onderuit haalde. Boerenarbeiders keerden en masse terug naar het platteland, de steden stroomden leeg, en binnen de kortste keren stonden de Bolsjewieken aan het hoofd van een arbeidersstaat zonder arbeiders. Dat baarde hen grote zorgen, want de hele marxistische ideologie leerde hen dat er een sociale basis nodig was voor hun machtspositie. En die ontbrak nu.

Met het herstellen van de economie na de burgeroorlog van 1918-22 keerden veel boerenarbeiders weer terug naar de stad. Toch bleef het overgrote deel van de bevolking uit boeren bestaan. Pas met de geforceerde industrialisatie van de jaren dertig kwam daar een eind aan. De vraag naar arbeid steeg enorm. Tegelijkertijd ondergroef de collectivisatie van de landbouw de bestaansmogelijkheden op het platteland. Dit leidde tot een ware uittocht richting de stad. Tussen 1926 en 1939 verwisselden een geschatte 23 miljoen mensen het platteland voor de stad, en de Sovjet-Unie begon aan een rap proces van verstedelijking. Zo ontstond dus alsnog een arbeidersklasse, nog steeds van boerenkomaf, maar dit maal met beide benen in de stad. Hun stukjes land hadden ze opgegeven.

Vrouwenarbeid

Tegelijkertijd nam de arbeidsparticipatie onder vrouwen rap toe. Dit was in eerste instantie een verworvenheid van de revolutie. De Bolsjewieken wilden vrouwen bevrijden van het juk van huishouden en gezin, zodat ze deel konden nemen aan de opbouw van het socialisme. In de jaren dertig kwamen daar andere overwegingen bij – vrouwen moesten gaan werken om aan de alsmaar groeiende vraag naar arbeid vanuit de industrie tegemoet te komen. Tegen het midden van de jaren vijftig leidde dit tot een vrijwel volledige arbeidsparticipatie onder vrouwen, eerder dan waar ook in West-Europa.

Zelfstandige arbeid

De staat was de enige werkgever en door allerhande ideologische en praktische beperkingen op ondernemerschap waren de mogelijkheden voor zelfstandige arbeid uitermate beperkt. Het overgrote merendeel van de bevolking was zodoende in loondienst, en voor haar bestaansbasis geheel afhankelijk van de staat.

Overigens werkte het grootste deel van de bevolking niet als productiearbeider in de industrie, maar in administratieve en dienstverlenende beroepen. Onderzoek naar verschuivingen in de Russische beroepsstructuur in de loop van de twintigste eeuw laat zien dat werkgelegenheid in de dienstensector altijd groter was, en sneller groeide dan werkgelegenheid in de industrie en nijverheid. Dit had te maken met de grote rol van de staat in het economisch leven. In de geplande economie stond er achter iedere arbeider in de productie gemiddeld meer dan één werknemer in administratie, transport, distributie en overheidsvoorzieningen. De Sovjet-Unie was dus veel minder een arbeidersstaat dan de alom aanwezige iconische beelden van heroïsche arbeiders doen geloven.

De grote rol van de staat in de economie, en de afhankelijkheidsrelatie tot diezelfde staat als de enige werkgever, maakte de bevolking bijzonder kwetsbaar tijdens de periode van economische neergang en herstructurering die volgde op het ineenstorten van de planeconomie aan het eind van de jaren tachtig. De Russische staat was niet langer bij machte de van haar afhankelijke bevolking van een bestaansbasis te verzekeren. Gedurende het grootste deel van de jaren negentig moesten mensen het zien te rooien met aardappelveldjes, bijbaantjes en straathandel om het hoofd boven water te houden.

Tegelijkertijd blijven tot op de dag van vandaag grote aantallen mensen afhankelijk van de ten dode opgeschreven voormalige staatsfabrieken, die in veel steden en streken de enige vorm van werkgelegenheid bieden. In samenwerking met De Balie wijdde het IISG hier in oktober het documentaire filmprogramma Russische IJzervreters aan.

Artikel door Gijs Kessler

Een groot deel van de kennis in dit artikel is verkregen uit onderzoek van het IISG. Het instituut deed de afgelopen twintig jaar onderzoek naar de geschiedenis van arbeid in Rusland. In Moskou voerde het een aantal gezamenlijke Nederlands-Russische onderzoeksprojecten uit. Daarnaast werden data over beroepsstructuur en arbeidsverhoudingen verzameld, geanalyseerd en beschikbaar gesteld voor andere onderzoekers.

Meer weten?

Filmprogramma IISG ism De Balie: Russische IJzervreters

Global Collaboratory for the History of Labour Relations: data on Russia

Research project Work, Income and the State

Research project Social and Economic Agency and the Cultural Heritage of the Soviet Past

 

 

Geplaatst: 
30 oktober 2017