Onderzoekt en verzamelt de geschiedenis van werk, werkenden en arbeidsverhoudingen wereldwijd

Nederland tegen apartheid - jaren '70 (4)

16 juni 1976: Soweto schokt de wereld

Door het lange aarzelen binnen de progressieve regering-Den Uyl was een kabinetscrisis om de mogelijke levering aan Zuid-Afrika van kernreactorvaten vermeden. De apartheidsregering gaf de voorkeur aan een Franse leverancier. Maar nog geen drie weken later zal Den Uyl hoe dan ook opgelucht zijn geweest dat de levering uit Nederland niet doorging.

Op 16 juni 1976 sloeg de apartheidspolitie in Soweto op bloedige wijze een protestbetoging neer tegen de verplichte invoering van het Afrikaans in het Zuid-Afrikaanse onderwijs. De foto van de 13-jarige Hector Pieterson, het eerste slachtoffer van de politiekogels, ging de wereld rond. Honderden verloren in de daarna volgende onlusten hun leven. Net als na Sharpeville in 1960 werden wereldwijd de ogen opnieuw geopend voor de onmenselijkheid van de apartheid. Duizenden gingen in Nederland direct de straat op, en verdere grote protestmanifestaties volgden.

 

Publieke opinie na Soweto

Voor anti-apartheidsactivisten betekende vóór en na Soweto een wereld van verschil. Opeens wilden allerlei organisaties in Nederland iets aan Zuid-Afrika gaan doen, wat het vinden van lokale en landelijke bondgenoten voor campagnes en activiteiten vergemakkelijkte. De invloed van de ontwikkelingen in Zuid-Afrika was in de meest uiteenlopende geledingen van de maatschappij voelbaar.

  

Zo had de Vrije Universiteit de samenwerking met haar zusteruniversiteit in Zuid-Afrika al in 1974 verbroken. Tussen de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse gereformeerde kerken kwam het in 1977 tot een breuk. Kunstenaars in Nederland gingen werk afstaan ten bate van het ANC; Zuid-Afrikaanse kunstenaars hadden al een maand vóór Soweto op een AABN-bijeenkomst getiteld 'Kunst contra Apartheid' gepleit voor een culturele boycot van blank Zuid-Afrika.

Een organisatie als DAF Nederland kon constateren dat extra publiciteit voor de fondswerving bij een ingrijpende gebeurtenis als Soweto overbodig was: Zuid-Afrika zelf bracht met zijn beleid de meeste donateurs aan. De emigratie naar het apartheidsland nam inmiddels door alle informatiecampagnes van de verschillende anti-apartheidsorganisaties af.

 Het overlijden in 1977 onder verdachte omstandigheden van Steve Biko, de gevangengenomen leider van de Zuid-Afrikaanse Zwarte-Bewustwordingsbeweging, voedde het internationale protest verder. In Amsterdam stemde de gemeente na een buurtactie erin toe een plein in de Transvaalbuurt, met haar naar Afrikaner helden uit de Boerenoorlog vernoemde straten, officieel om te dopen in Steve Bikoplein. 

 In diverse geledingen van de maatschappij was de invloed van de ontwikkelingen in Zuid-Afrika voelbaar. De Vrije Universiteit had de samenwerking met een zusteruniversiteit in Zuid-Afrika al in 1974 verbroken. In 1977 kwam het tot een breuk tussen de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse gereformeerde kerken. Nederlandse kunstenaars gingen werk afstaan ten bate van het ANC. Zuid-Afrikaanse kunstenaars hadden al een maand vóór Soweto op een AABN-bijeenkomst getiteld 'Kunst contra Apartheid' gepleit voor een culturele boycot van blank Zuid-Afrika.

Soweto ook voor kabinet keerpunt

Pas na de bloedige onderdrukking van de scholierenopstand in Soweto liet minister Van der Stoel zijn voorkeur voor een 'kritische dialoog' varen: "Langzamerhand zie ik dat dwangmaatregelen nog de enige manier zijn om een ramp in Zuid-Afrika te voorkomen." In de VN steunde Nederland in 1977 de afkondiging van een dwingend wapenembargo tegen Zuid-Afrika. En anders dan veel andere westerse landen stemde Nederland óók voor resoluties gericht op stopzetting van nieuwe buitenlandse investeringen en op de instelling van een olie-embargo. Emigratie werd niet langer gesubsidieerd, overheidssteun voor export naar Zuid-Afrika werd beëindigd, het cultureel akkoord van 1951 werd bevroren.
Vertegenwoordigers van bevrijdingsbewegingen, zoals de Zuid-Afrikaanse ANC-leider Oliver Tambo en de Namibische SWAPO-leider Sam Nujoma, kregen een hartelijke ontvangst bij Den Uyl en anderen. De eind 1977 aantredende regering van CDA en VVD handhaafde, net als haar opvolgers, grotendeels de door het progressieve kabinet-Den Uyl ingezette koers.

 

Koloniën onafhankelijk – Angola Comité wordt KZA

Het verzet in Zuid-Afrika voelde zich gesterkt door de met succes bekroonde bevrijdingsstrijd in de Portugese koloniën. Na de Portugese Anjerrevolutie van april 1974, die het einde inluidde van de autoritaire regering van Portugal, waren alle Afrikaanse koloniën onafhankelijk geworden.

 

Het Angola Comité verlegde zijn werkzaamheden. Steun aan de strijd tegen het Portugese kolonialisme werd steun aan de jonge voormalige koloniën; deze steunverlening werd voor een deel in handen gegeven van de Eduardo Mondlane Stichting. Het comité zelf verbreedde zijn werkterrein en doopte zich in december 1976 om tot Komitee Zuidelijk Afrika (KZA). Samen met BOA en Kairos startte het in januari 1977 een nieuw maandblad, Amandla, waaraan ook de Vlaamse tak van BOA en het Vlaamse comité AKZA gingen meewerken. De AABN hield liever wat afstand en bleef het eigen Anti-Apartheids Nieuws uitgeven (later Zuidelijk Afrika Nieuws, weer later de Anti-Apartheidskrant).

Namibië en SWAPO

Van de Volkenbond had Zuid-Afrika in 1920 het mandaat gekregen over de voormalige Duitse kolonie Namibië (Zuid-West-Afrika). Maar na de Tweede Wereldoorlog lieten de Zuid-Afrikanen zich niets meer gelegen liggen aan de opvolger van de Volkenbond, de Verenigde Naties. 'Zuid-West-Afrika' werd in feite als Zuid-Afrikaans grondgebied beschouwd. De South West African People's Organisation of Namibia (SWAPO) nam in de jaren zestig de strijd op tegen de Zuid-Afrikaanse bezetters; SWAPO werd in 1968 door de Organisatie voor de Afrikaanse Eenheid en in 1973 door de VN erkend als 'de authentieke vertegenwoordiger van de Namibische bevolking'. In de loop van de jaren zeventig werden in acties in Nederland SWAPO en de bevrijding van Namibië steeds vaker in één adem genoemd met het ANC en de bevrijding van Zuid-Afrika.

KZA-telex verslaat vliegtuigfabrikant

Ook specifiek op Namibië gerichte acties werden ondernomen. Zo organiseerde de AABN samen met de vooruitstrevende Industriebond NVV in juni 1975 een congres over de Namibische vrijheidsstrijd en nodigde zij later dat jaar een delegatie van de SWAPO-vrouwenafdeling naar Nederland. De aan het Azania Komitee gelieerde Rotterdamse Namibië Werkgroep bracht een 'Namibië Bulletin' uit, dat zich juist niet op SWAPO richtte. Bij Kairos streek de Namibiër David de Beer neer, die een 'Kairos Namibië Briefing' verzorgde, "verspreid onder kerkelijke functionarissen en anderen in Nederland wie de bevrijding van Namibië te harte gaat".

  

Het KZA wist via handig opereren in 1977 de levering door Fokker van een passagiersvliegtuig aan de ‘Suidwes Lugdiens’, de luchtvaartmaatschappij van Zuid-West-Afrika, te voorkomen. Nog als Angola Comité was het KZA in 1976, samen met Kairos, de Vereniging van Wereldwinkels en Lutherse, Nederlands Hervormde en andere jongerenorganisaties een steun- en informatiecampagne 'Namibië vrij - Steun Swapo' begonnen, reagerend op een oproep van de Wereldraad van Kerken en de Lutherse Wereldfederatie.

In 1978 kreeg deze campagne een nieuwe impuls, toen het Zuid-Afrikaanse plan vaste vorm aannam om Namibië 'onafhankelijk' te maken - zonder SWAPO, en zonder vooruitzicht op het vertrek van de Zuid-Afrikanen. Nu werkte ook Novib, die SWAPO al sinds 1976 financieel steunde, in de campagne mee.