Onderzoekt en verzamelt de geschiedenis van werk, werkenden en arbeidsverhoudingen wereldwijd

Rapporten zelfonderzoek PvdA (1986-2009)

Toegankelijk via het IISG.

 

Het archief van de PvdA is ondergebracht bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. In het licht van de historische nederlaag bij de verkiezingen van 15 maart 2017, de partij verloor maar liefst 29 zetels, is het interessant om te weten dat vele aanbevelingen en rapporten over de dilemma’s waar de partij sinds 1986 mee heeft geworsteld, voor een breed publiek toegankelijk zijn via onze website. Onderaan dit artikel staat een selectie van doorzoekbare pdf’s op de website. In de catalogus kunt u het archief van de partij bekijken.  

Zelfreflectie
De Partij van de Arbeid is sinds haar oprichting in 1946 een constante en toonaangevende factor in de Nederlandse politiek. Ondanks het consequent hoge aantal zetels tot aan de verkiezingen van 2002 (tabel 1), met dipjes in 1967 en 1994, kent de partij een traditie van kritisch zelfonderzoek naar haar eigen functioneren, de partijcultuur en de relatie met haar kiezers. Deze traditie werd grotendeels ingegeven door de internationale doorbraak van het neoliberalisme, zoals uitgedragen door Margaret Thatcher en Ronald Reagan. Deze viel samen met de lange economische recessie van de jaren tachtig. Binnen de PvdA zorgde dit onder meer voor discussies over de hervorming van verzorgingsstaat (‘Bewogen Beweging’, 1988).

Van het afschudden van ideologische veren tot het opvegen van scherven
Op 11 december 1995 nam de toenmalige partijleider Wim Kok afstand van de ‘radicale dogma’s’, tijdens diens Den Uyl-lezing in de Rode Hoed. Dat ‘afschudden van de ideologische veren’ deed de partij op korte termijn geen kwaad, althans als we op de verkiezingsoverwinning in 1998 afgaan, maar werd lang niet door iedereen gesteund. Was de PvdA niet te veel een beleidspartij geworden in plaats van een ideeënpartij?

Dat vormde de aanleiding tot nieuw zelfonderzoek, zeker na de opkomst van Fortuyn en de forse verkiezingsnederlaag in mei 2002. Het opkomend populisme, eerst Fortuyn en later Wilders, bleek een directe politieke concurrent. Het verklaart (mede) de verkiezingsnederlaag op 22 november 2006, toen de partij op 33 zetels uitkwam. En dat terwijl de partij in maart dat jaar in de peilingen nog op 61 stond. Ook die tegenvaller leidde tot een commissie, voorgezeten door toenmalig partijvoorzitter Ruud Vreeman (‘De Scherven Opgeveegd’).

NB: Tot 1956 telde de Tweede kamer slechts 100 zetels. Voor de vergelijkbaarheid is het aantal zetels in de jaren 1946-1952 (respectievelijk 29, 27 en 30 zetels) aangepast aan de latere omvang van 150 zetels.
JaarTitelAuteursPagina’sAanleiding
1987Schuivende panelen
(+discussiehandleiding)
Pronk195‘Overwinningsnederlaag’ 1986
1987Politiek à la carteMiddel19Bureaucratische Bestuursstructuur
1988Bewogen bewegingKok en Sint120Veranderde houding tov de verzorgingsstaat
1991Een partij om te kiezen
(+discussiehandleiding)
Van Kemenade153Kritiek op de partijcultuur
2002De Kaasstolp aan diggelenDe Boer45Verkiezingsnederlaag 15 mei 2002
2002/09Onder een gesloten dak groeit geen grasAndersson39Verkiezingsnederlaag 15 mei 2002
2007De scherven opgeveegdVreeman47 
2009/07Brief van de werkgroep DijksmaDijksma6Tegenvallende Europese verkiezingen

Tabel: Rapporten over het functioneren van de PvdA sinds 1986

Wat is er hierover te vinden in de collectie van het IISG?

Archief PVDA, inventarisnummers 1454-1461 en 1464-1468
Archief PvdA


Beeldmateriaal partijleiders // Nationaal Archief/Spaarnestad - WikiCommons licentie CC-3.0  // Rijksoverheid CC-1.0 // PvdA CC-2.0 // Jos van Zetten CC-2.0 //

Geplaatst: 
20 april 2017