Onderzoekt en verzamelt de geschiedenis van werk, werkenden en arbeidsverhoudingen wereldwijd

Akademie bibliotheek Geschiedenis

Het Koninklijk Instituut beschikte reeds in een vroeg stadium over een respectabele collectie boeken, mede dankzij een schenking in 1808 van dubbeltallen uit de Bibliothèque Nationale in Parijs van koning Lodewijk Napoleon zelf, maar vooral ook doordat leden, geassocieerden en correspondenten hun boekenbezit geheel of gedeeltelijk aan de bibliotheek schonken. Ook van buiten de kring van vorstenhuis en Instituutsleden werden schenkingen en legaten ontvangen. Met name de letterkundige David Jacob van Lennep (1774-1853), bibliothecaris van het Koninklijk Instituut van 1817 tot 1851, vervulde hierin een zeer stimulerende rol.

Incidenteel werden bedragen voor aankoop beschikbaar gesteld maar het waren met name de ruilcontacten met andere wetenschappelijke genootschappen, legaten en schenkingen die de belangrijkste verwervingsinstrumenten vormden. Daardoor is een verzameling ontstaan op alle gebieden van wetenschap, maar met qua omvang en representativiteit zeer verschillende onderdelen.

De Akademiebibliotheek is uitgegroeid tot een middelgrote collectie van in totaal ca. 200.000 banden. De boekencollectie omvat ca. 60.000 werken en er zijn ca. 2000 tekeningen, platen en kaarten. Daarnaast omvat de Akademiebibliotheek bijna 3000 series tijdschriften van wetenschappelijke genootschappen.

In de bibliotheek bevinden zich tal van schenkingen en legaten, zoals de verzameling van admiraal Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819), collecties gedrukte werken, handschriften en tekeningen van Willem Bilderdijk (1756-1831) en Jacob van Lennep (1802-1868). Naast de handschriften in de collecties Bilderdijk en Van Lennep bevat de Akademiebibliotheek nog meer handschriftenverzamelingen. De verzameling westerse handschriften is in 1938 in duurzame bruikleen afgestaan aan de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Deze verzameling omvat onder meer handschriften van Constantijn Huygens (1596-1687) en Christiaan Huygens (1629-1695). De verzameling oosterse handschriften is in duurzame bruikleen afgestaan aan de Bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Leiden. De verzameling munten en penningen is ondergebracht bij het Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet, in 2004 opgegaan in het Geld- en Bank Museum, dat in 2007 in Utrecht zal worden geopend.

De Akademiebibliotheek bevat ca. 700 vroege drukken uit de periode 1480-1600. Daarnaast zijn in 1938 112 incunabelen en postincunabelen aan de Koninklijke Bibliotheek in duurzame bruikleen afgestaan.
Andere belangrijke onderdelen zijn de ca. 5.000 pamfletten, waaronder zich een aantal unica bevinden en een omvangrijke verzameling reisverslagen en expeditierapporten, kaarten en architectuurtekeningen.

Door middel van schenking en ruil met andere wetenschappelijke genootschappen is een belangrijke collectie genootschapstijdschriften tot stand gekomen. Van de grote landen binnen Europa zijn vrijwel alle in de zeventiende en achttiende eeuw verschenen tijdschriften van de nationale en soms ook de regionale wetenschappelijke genootschappen aanwezig. Daarnaast bevat deze collectie een doorsnee van de wetenschappelijke of vaktijdschriften gepubliceerd in Nederland omstreeks het eind van de achttiende en in de negentiende eeuw. Belangrijk hierbij is dat ook de eerste afleveringen van deze tijdschriften aanwezig zijn.

Er is een duidelijke connectie tussen de opbouw van de collecties en de geschiedenis van Koninklijk Instituut en Akademie in de negentiende eeuw. De Akademiebibliotheek bevat niet alleen werken en delen van bibliotheken van leden van Koninklijk Instituut en Akademie; zij bevat ook een deel van de geschreven weerslag van onderzoek, prijsvragen en andere activiteiten van de instelling uit die periode.

Qua omvang beslaan de genoemde duurzame bruiklenen samen minder dan één procent van de totale collectie. Verreweg het grootste deel van de Akademiebibliotheek huist nu dus in het gebouw van het IISG in Amsterdam.

In de loop van de twintigste eeuw is de aandacht voor het historisch waardevolle bezit wisselend geweest. Met name de collectie van actuele wetenschappelijke tijdschriften groeide in hoog tempo en zorgde voor tal van problemen rond opslag en beschikbaarheid, die alle aandacht opeisten. In 1988 verhuisde de bibliotheek van het Trippenhuis naar het 'Coca Cola-gebouw' aan de Joan Muyskenweg. Bij de transformatie van deze frisdrankenfabriek tot wetenschappelijke bibliotheek zijn in de eerste helft van de jaren negentig faciliteiten voor onderzoek en een goede opslag en raadpleging van de Akademiebibliotheek gerealiseerd. Op dat moment werd menigeen, binnen en buiten de organisatie, zich weer bewust van de aanzienlijke omvang en de historische en culturele waarde van deze collecties.

De Akademiebibliotheek, sinds 1851 onderdeel van de opvolger van het Koninklijk Instituut, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, is in 1997 opgegaan in het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijke Informatiediensten. Na de opheffing van dit Instituut in 2005 is de Akademiebibliotheek overgedragen aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.