DIETERS, Jan

Jan Dieters

bestuurder van de Communistische Partij in Nederland en behorend tot het driemanschap dat de illegale CPN in de jaren 1940-1943 leidde, is geboren te Slochteren op 31 januari 1901 en geëxecuteerd te Scheveningen op 9 oktober 1943. Hij was de zoon van Jan Dieters, aannemer, en Alberdina Hendrika Zwarts. Op 16 oktober 1924 trad hij in het huwelijk met Maria Sophia Regina Roos, met wie hij drie kinderen kreeg.

Dieters' moeder overleed toen hij negen jaar was. Na de lagere school bezocht hij tot zijn veertiende de ULO. Dieters kwam in de ijzerzaak van een oom in Hoogezand te werken en ging nog drie jaar naar een handelsavondschool. Toen zijn vader na de dood van zijn moeder een nieuw huwelijk sloot, kreeg hij moeilijkheden met zijn stiefmoeder. Met negentien jaar verliet hij het huis en beproefde zijn geluk in Amsterdam. Tot 1928 werkte hij in de ijzerwarenbranche en bracht het tot magazijnmeester. Daarna kwam hij zonder werk. Een poging voor zichzelf te beginnen mislukte. Korte tijd werkte hij nog als vertegenwoordiger voor een radiozaak, maar vanaf 1930 slaagde hij er niet meer in werk te vinden. Zijn huwelijk met Maria Roos liep uiteindelijk stuk, maar werd niet formeel ontbonden.

Pas als werkloze ging Dieters zich voor politiek interesseren. Hij kwam in aanraking met de communistische Werklozen Strijd Comité's en werd al snel in agitatorisch werk betrokken. In 1931 meldde hij zich aan als lid van de Communistische Partij in Nederland (CPN). Op het partijcongres van 1932 kwam hij ook in het partijbestuur, dat toen onder leiding van Cees Schalker en Ko Beuzemaker dertig leden telde. In 1932 kreeg hij de leiding van de Werklozen Strijd Comite's. Dieters leefde uitsluitend van zijn werklozenuitkering, terwijl hij voor de CPN de hele dag actief was, en toen er in 1934 uitzicht op een baan kwam, moest het CPN-bestuur kiezen. Hij kreeg een aanstelling als betaald propagandist bij het dagblad van de CPN De Tribune voor f25,- per week. In 1935 maakte Dieters deel uit van de negen leden tellende CPN-delegatie naar het zevende congres van de Komintern in Moskou. Na het kerstcongres van de CPN in 1935 waar de 'volksfrontpolitiek' van de Komintern officieel overgenomen en goedgekeurd werd, kwam hij in het uit tien leden bestaande Politiek Bureau. In 1938 steeg hij nog verder in de partijhiërarchie. Samen met Paul de Groot, Cees Schalker, Ko Beuzemaker en Lou Jansen maakte hij deel uit van het nieuwe partijsecretariaat. In hetzelfde jaar 1938 dat De Groot het hoofdredacteurschap van A.S. de Leeuw overnam, volgde Dieters H. de Weerdt op als directeur van het partijdagblad, dat ondertussen de naam Volksdagblad had gekregen. Dieters voerde in het gebouw in de Tweede Passeerdersdwarsstraat - met als naaste medewerker Co Misdom - een rustiger, zakelijker en evenwichtiger personeelsbeleid dan zijn voorganger, zoals uit uitlatingen van betrokkenen opgemaakt kan worden. Toch wekt Dieters de indruk een man te zijn geweest met beperkte leiderscapaciteiten en weinig culturele belangstelling. Hij ontplooide een grote werkkracht, al leefde hij stellig niet als een asceet. Hij schreef weinig terwijl dit wel van een CPN-bestuurder verwacht werd. In Politiek en Cultuur, het theoretisch orgaan van de CPN, komt slechts één artikel van zijn hand voor en wel in het nummer van november 1939. In dit stuk 'De strijd voor de vrede, werk en brood' verdedigde Dieters uiteraard het non-agressie-pact tussen Hitler-Duitsland en de Sovjet-Unie. Dieters was een protégé van De Groot, die hij in alle omstandigheden volgde zonder van een eigen geluid blijk te geven.

Toen de Duitse bezetting in mei 1940 een aanvang nam, vormden De Groot, Jansen en Dieters het driemanschap dat geleidelijk aan de illegale CPN in actie bracht. Terwijl Jansen het contact onderhield met het district Amsterdam, kreeg Dieters tot taak het contact met de andere districten in het land te onderhouden. Hij deed dit vooral vanuit Brabant en later de IJsselstreek, waarbij Piet Vooren en Joop Geerligs als verbindingsmannen optraden. Voordien was hij betrokken bij een poging het Volksdagblad weer legaal te doen verschijnen. Aan de onderhandelingen met de bezettingsautoriteiten namen behalve Dieters ook Beuzemaker, Anton Struik, A.J. Koejemans en wellicht nog anderen direct of indirect deel. De Duitsers stelden als voorwaarde dat het blad zich vooral tegen de sociaal-democratie zou richten. Het is bij het nummer van 26 juni 1940 gebleven. Het bericht in de andere dagbladen, die tijdens de gehele bezetting bleven verschijnen, dat zij zich verplichtten tot een 'absoluut loyale houding' ontbrak in het Volksdagblad. In plaats daarvan schreef Dieters waarschijnlijk tot verrassing van de bezetters: 'Onze krant verschijnt dus weer en wel onder omstandigheden die geheel verschillend zijn van die, welke vóór 10 Mei bestonden. Wij moeten met deze omstandigheden rekening houden en wij verzoeken ook onze lezers om er rekening mee te houden.' Deze poging om naar goed leninistisch recept legale en illegale strijdmiddelen te combineren mislukte echter. Dieters wijdde zich verder aan het contact met en de instructie van de buitendistricten. Zo ontmoette hij in een Apeldoorns café wekelijks Geerligs. Het driemanschap, dat met hun gezinnen in het Oosten van het land ondergedoken zat, raakte geïsoleerd door de zware slagen die de Sicherheitsdienst (SD) de illegale CPN toebracht, in het bijzonder door de arrestatie in februari 1943 van Jan Janzen en anderen die bij het centrale Waarheid-apparaat betrokken waren. Daarom werd besloten de leiding over te dragen aan een nieuw driemanschap dat bestond uit P. Vosveld, J. Brandenburg en G. van den Bosch. Wel zouden het oude en nieuwe driemanschap contact met elkaar onderhouden via Dieters en Vosveld. Op 1 april 1943 werd Vosveld gearresteerd. Door de SD liet hij zich naar het Apeldoornse restaurant brengen, waar hij een afspraak had met Dieters. Hoewel hij erin geslaagd was voor te wenden dat deze afspraak niet op 1 maar op 3 april was, bleek Dieters toch ook op die datum in het betrokken restaurant aanwezig te zijn, want hij kwam hier geregeld. Dieters bezweek ten slotte onder de met SD-methoden afgenomen verhoren. Op 9 oktober 1943 werd hij te Scheveningen terechtgesteld, tegelijk met Lou Jansen die twee dagen na hem gearresteerd was.

Archief: 

Dossier Obergericht (Sondergericht) contra L. Jansen en J. Dieters, aanwezig in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Amsterdam).

Literatuur: 

B. Sijes, De Februaristaking (Den Haag 1954); G. Harmsen, 'Dieters (Jan)' in: Mededelingenblad, nr. 32, mei 1967, 29-31; J. Morriën in: De Waarheid, 24.6.1978; G. Harmsen, Rondom Daan Goulooze (Nijmegen 1980); H. Galesloot, S. Legêne, Partij in het verzet. De CPN in de tweede wereldoorlog (Amsterdam 1986); W.F.S. Pelt, Vrede door revolutie. De CPN tijdens het Molotov-Ribbentrop Pact (1939-1941) (Den Haag 1990); G. Verrips, Dwars, duivels en dromend. De geschiedenis van de CPN 1938-1991 (Amsterdam 1995); J.W. Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2000).

Portret: 

J. Dieters, uit: Tot de strijd ons geschaard. Beeldverhaal over het communisme in Nederland (Amsterdam 1979)

Auteur: 
Ger Harmsen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 41-43
Laatst gewijzigd: 

26-08-2002