ROLAND HOLST, Richard Nicolaüs

Richard Nicolaüs Roland Holst

(roepnaam: Rik), sociaal-democratisch beeldend kunstenaar, is geboren te Amsterdam op 4 december 1868 en overleden te Bloemendaal op 31 december 1938. Hij was de zoon van Adriaan Roland Holst, fabrikant en assuradeur, en Sabina Posthumus. Op 16 januari 1896 trad hij in het huwelijk met Henriette Goverdine Anna van der Schalk. Dit huwelijk bleef kinderloos.
Pseudoniemen: R.I.K., Willem du Tour.

Roland Holst werd geboren in een politiek tamelijk vooruitstrevend, zeer welgesteld milieu. Financiële zorgen heeft hij nooit gekend. Als kunstenaar - wat hij al van jongs af aan wilde worden - was hij niet van de verkoop van werk afhankelijk, hetgeen een comfortabel uitgangspunt was voor een individualistisch of elitair kunstenaarschap. Toch heeft juist Roland Holst zijn leven lang geprobeerd zijn kunst maatschappelijke betekenis te geven. Tijdens zijn leerjaren op de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten was Roland Holst overtuigd impressionist. Rond 1890 wendde hij zich daarvan af, net als zijn vrienden Jan Veth en Herman Gorter. Velen van hun generatie raakten uitgekeken op het alleen weergeven van de waarneembare werkelijkheid en op het motto 'l'art pour l'art'. Zij zochten naar diepere betekenissen, naar het wezen van de dingen achter de uiterlijke verschijningsvorm, en wilden niet uitsluitend voor een klein publiek van koopkrachtige kenners werken. Het 'Vrije' kunstwerk werd afgezworen ten gunste van de gebonden, decoratieve kunsten en van monumentale toepassingen, liefst in openbare gebouwen. Vanaf 1892 kwam hiervoor de term 'gemeenschapskunst' in gebruik. De invloed van William Morris en de 'Arts and Crafts'-beweging was groot, zeker op Roland Holst, die tijdens een verblijf in Londen Morris en enige van zijn volgelingen ontmoette en hun werk bestudeerde. Hij stopte met het maken van schilderijen en legde zich toe op de lithografische prentkunst. Langzaam wist hij een eigen stijl te ontwikkelen. In een aantal artikelen voor bladen als De Nieuwe Gids, De Nieuwe Tijd en De Kroniek leverde hij een belangrijke bijdrage aan de heftige debatten over het verband tussen kunst en samenleving. Het socialisme werd daarbij voor Roland Holst een steeds grotere bron van inspiratie.

In 1896 trouwde Roland Holst met de dichteres Henriette van der Schalk. Hij ontwierp, geheel in de geest van Morris, de meubels voor hun nieuwe woning en de typografische vormgeving van Henriettes eerste dichtbundel Sonnetten en verzen in terzinen geschreven (1896). Gorter stimuleerde de belangstelling van het echtpaar voor het socialisme. In 1897 werden zij lid van de SDAP en beiden stortten zich in de beweging. Terwijl Henriette zich ontwikkelde tot een vooraanstaand theoretica en veelgevraagd spreekster nam Roland Holst onder meer zitting in de commissie die de uitgave van het landelijke dagblad Het Volk voorbereidde en zette hij financiële steunacties op touw bij verscheidene grote stakingen. Maar al snel bleek dat het partijpolitieke 'gedoe', de theoretische geschillen en persoonlijke conflicten hem grote weerzin inboezemden. Ook zijn kunst probeerde Richard Roland Holst in dienst van de beweging te stellen. In 1898-1899 maakte hij onder andere een propagandaplaat voor staatspensionering en prenten voor De Sociaaldemokraat, maar het directe reageren op de actualiteit en het werken onder tijdsdruk gingen hem niet erg goed af. Kort na 1900 kreeg Roland Holst opdrachten om muurschilderingen te maken in twee spraakmakende gebouwen van de architect H.P. Berlage: de Koopmansbeurs en het hoofdkantoor van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB). In de Koopmansbeurs maakte hij twee taferelen met 'De Handel' en 'De Industrie' als onderwerp, in de bondsraadzaal van het ANDB-gebouw kreeg 'De Arbeid' haar plaats. In een monumentale cyclus, met begeleidende teksten van zijn vrouw Henriette, schilderde hij ontstaan, tegenwoordige toestand en toekomst van de moderne arbeidersbeweging. Voor de ANDB maakte hij ook enige lithografieën, het omslag van de catalogus van de bondsbibliotheek en schilderingen in de bestuurskamer ter gelegenheid van de invoering van de achturige werkdag in 1911. De ANDB was, met name in de persoon van voorzitter H. Polak, een ideale opdrachtgever. Roland Holst werd met alle egards behandeld, kreeg volledige vrijheid en mocht keer op keer afgesproken termijnen overschrijden. Het inspireerde hem tot enige van zijn mooiste werken. De snelle teloorgang van de schilderingen in de Bondsraadzaal door vochtwerking in de muren was een persoonlijk drama. Roland Holst, die toegaf een verkeerde techniek te hebben toegepast, nam in 1920 de opdracht aan een nieuwe reeks schilderingen op eternietpanelen te maken. Lange tijd kon of wilde hij zich niet tot dit werk zetten. Pas in 1937 werd de tweede serie schilderingen onthuld. Ze zijn ingehouden van sfeer en hebben vooral de bedreigde democratische verworvenheden tot onderwerp. In de Nederlandse kunstwereld ontwikkelde Roland Holst zich tot een invloedrijk en gezaghebbend persoon. Hij bleef consequent in zijn afwijzing van de vrije schilderkunst en maakte onder andere affiches, toneeldecors, monumentale decoraties en glas-in-loodramen voor het Amsterdamse stadhuis en de Domkerk te Utrecht. Van 1918 tot 1934 was hij verbonden aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam, de laatste acht jaar als directeur. In deze functie, en in zijn vele geschriften, benadrukte hij de ambachtelijke en ethische aspecten van het kunstenaarschap. Kunst behoorde volgens hem een maatschappelijke functie te vervullen, verheven ideeën uit te drukken in 'schone' vormen en voor een breed publiek toegankelijk te zijn. Daarmee stelde hij zich lijnrecht tegenover de modernste ontwikkelingen in de kunst en kreeg hij de nodige kritiek te verduren. Roland Holst trok zich meer en meer uit de kunstenaarswereld terug om zich op het landgoed De Buissche Heide bij Zundert ongestoord aan zijn werk te wijden.

Tegenover het wat afstandelijke, geforceerde karakter van Roland Holsts kunstenaarschap stond zijn grote persoonlijke charme. Uit zijn intensieve briefwisseling met onder andere zijn neef, de dichter A. Roland Holst, met J. Huizinga en A. Verwey spreekt een groot gevoel voor humor en ironie. Over de aard van zijn huwelijk met Henriette is veel gespeculeerd. Zeker is dat hij een langdurige relatie onderhield met de zangeres I. Santhagens-Waller, een regelmatige gast op de Buissche Heide. Over zijn vrouw schreef Roland Holst in brieven aan vrienden nu eens met veel genegenheid, dan weer stelde hij haar ogenschijnlijk zonder medegevoel voor als lichamelijk wrak en, vanwege haar wisselende politieke loyaliteiten, politiek onnozel. Zelf bleef Roland Holst verknocht aan de sociaal-democratie zoals hij die in de begintijd had leren kennen, al mopperde hij bij voortduring op de beweging en haar voorlieden. Vaak is hij beschreven als een aristocraat met een tijdelijke socialistische bevlieging. Meer voor de hand ligt de constatering dat hij zijn oprechte en diepe idealisme maar korte tijd met de praktische partijpolitiek heeft verbonden. Maar altijd is hij bezield geweest door de gedachte, zoals die door Henriette Roland Holst werd verwoord in een tekst voor de bondsraadzaal van de ANDB: 'Eens zal de dag, opgaand, vinden Arbeid en Schoonheid vereend.'"

Archief: 
Collectie R.N. Roland Holst (brieven) in Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (Den Haag); collectie R.N. Roland Holst (brieven, knipselboek, prenten, tekeningen, ontwerpen, schilderijen) in Rijksprentenkabinet (Amsterdam).
Publicaties: 
Keuze: 'Over Derkinderen. De beteekenis van Derkinderens nieuwe muurschildering in onze schilderkunst' in: De Nieuwe Gids, 1892-1893, 321-324; 'Ontmoeting met William Morris' in: Het Volk, 28.11.1903; 'Proletariaat en kunst' in: De Nieuwe Tijd, 1904, 787-790; 'Een slecht voorbeeld' in: De Kroniek, 12.8.1905; Vijftien afbeeldingen in boekdruk naar de wandschilderingen in het gebouw van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond te Amsterdam (Rotterdam 1907); 'Over de monumentale schilderkunst en hare beïnvloeding door de maatschappij' in: De Nieuwe Tijd, 1910, 297-306, 391-398; Ethische factoren in de monumentale schilderkunst (Rotterdam 1919); Over kunst en kunstenaars. Beschouwingen en herdenkingen (Amsterdam 1923); Overpeinzingen van een bramenzoeker (Arnhem 1923, herdruk met inleiding van M. Zeeman 1989); Avonturen met Ariël (Maastricht 1924); Over kunst en kunstenaars. Beschouwingen en herdenkingen. Nieuwe bundel (Amsterdam 1928); In en buiten het tij. Nagelaten beschouwingen en herdenkingen (Amsterdam 1940). Bibliografie in: E.P. Tibbe, R.N. Roland Holst - Arbeid en schoonheid vereend. Opvattingen over Gemeenschapskunst (Amsterdam 1994).
Literatuur: 
J. Veth, 'Wandschilderingen van R.N. Roland Holst in de Nieuwe Beurs te Amsterdam' in: De Kroniek, 23.5.1903; H. Polak, 'De Muurschilderingen van R.N. Roland Holst in ons Bondsgebouw' in: Weekblad van den ANDB, 24 en 31.5.1907; R.W.P. de Vries jr., 'Muurschilderingen in de bestuurskamer van den A.N.D.B.' in: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1912, 496; A. Verwey, 'Nieuwe schilderingen van R.N. Roland Holst in de bestuurskamer van den A.N.D.B.' in: De Amsterdammer, 23.3.1913; Wendingen, 1923, nr. 1; A. van der Boom, 'R.N. Roland Holst als muurschilder, glasschilder en sierkunstenaar' in: Op de Hoogte, 1926, 213-218; A.M. Hammacher, 'Drie beschouwingen over R.N. Roland Holst' in: Wendingen, 1930, nr. 6-7, 1-34; K. Niehaus, 'Schilderingen op muren en glazen door prof. R.N. Roland Holst' in: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1933, 140-143; A.M. Hammacher, 'R.N. Roland Holst en zijn nieuwe schilderingen in het gebouw van den Ned. Diamantbewerkersbond te Amsterdam' in: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1937, juli; J. Huizinga e.a., 'R.N. Roland Holst' in: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1939, februari, 73-88; J.S. Sjollema, 'R.N. Roland Holst. Kunstenaar der Gemeenschap' in: Socialisme en Democratie, 1939, 138-143; J.S. Sjollema, 'Roland Holst als wandschilder' in: Architectura, 1939, nr. 14, 144-146; A. van der Boom, 'R.N. Roland Holst' in: De Gids, 1939, 125-137; H. Roland Holst-van der Schalk, Kinderjaren en jeugd van R.N. Roland Holst (Zeist 1940); W. Arondéus, Figuren en problemen der monumentale schilderkunst in Nederland (Amsterdam 1941); Kunstenaarslevens. De briefwisseling van Albert Verwey met Alfons Diepenbrock, Herman Gorter, R.N. Roland Holst, Henriëtte van der Schalk en J. Th. Toorop (Assen 1959); P. Schatborn, Het legaat R.N. Roland Holst (1868-1938) (Amsterdam 1979); J.J. Heij, 'Priester in de tempel van de kunst' in: NRC Handelsblad, 20.4.1979; E. Reitsma, 'Kunst voor de massa: Richard Roland Holst' in: Vrij Nederland, 12.5.1979; H. Saam, 'Roland Holst als reclamekunstenaar. Opdrachten voor de Nederlandsche Oliefabriek' in: Jong Holland, 1987, nr. 1, 48-55; F.G.M. Broeyer, 'A.M. Brouwer, R.N. Roland Holst en de Utrechtse Domramen' in: Kerk en Theologie, 1987; L. Tibbe, 'Wanddecoraties van R.N. Roland Holst in het gebouw van de Hoge Raad' in: Jong Holland, 1988, nr. 4, 2-15; I.M. de Groot, 'ROLAND HOLST, Richard Nicolaus (Rik)' in: BWN III, 498-500; J. Huizinga, Briefwisseling (Utrecht 1989-1991, 3 delen); A. Roland Holst, Briefwisseling met R.N. Roland Holst en H. Roland Holst-van der Schalk (Amsterdam 1990); J. van Dijk, Het socialisme spant zijn gouden net over de wereld (Montfoort 1990); M. van der Heijden, De burcht van Berlage (Amsterdam 1991); Tussen twee werelden. Het boek van de Buissche Heide. Het leven en werk van Richard en Henriëtte Roland Holst-van der Schalk (Zundert 1991); M. Rijnders, R.N. Roland Holst (Amsterdam 1992); E.P. Tibbe, R.N. Roland Holst - Arbeid en schoonheid vereend. Opvattingen over Gemeenschapskunst (Amsterdam 1994); L. Heyting, De wereld in een dorp. Schilders, schrijvers en wereldverbeteraars in Laren en Blaricum 1880-1920 (Amsterdam 1994); L. Tibbe, R. N. Roland Holst (1868-1938). Het epos van de arbeidersstrijd (Helmond 2000); L. Tibbe, Vier kunstdebatten omstreeks 1900 (Nijmegen 2000); M. van der Heijden, De Burcht. Het bondsgebouw van H.P. Berlage, R.N. Roland Holst en de ANDB (Amsterdam 20012).
Portret: 
R.N. Roland Holst, IISG
Auteur: 
Marien van der Heijden
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 6 (1995), p. 177-181
Laatst gewijzigd: 
10-02-2003