SPIEKMAN, Hendrik

Hendrik Spiekman

medeoprichter van de SDAP en voorman van de arbeidersbeweging in Rotterdam, is geboren te Hoogezand op 13 februari 1874 en overleden te Rotterdam op 18 november 1917. Hij was de zoon van Willem Spiekman, schoenmaker, en Janna Prins. Op 16 december 1896 trad hij in het huwelijk met Teelke Hommes, met wie hij een dochter en een zoon kreeg.
Pseudoniemen: Branders, Koos Dwarskijker, Van Meurs, Sprokkelaar, Vooruit.

Spiekman was tien jaar oud toen zijn vader overleed. Onmiddellijk na de lagere school ging hij als leerling-zetter in een drukkerij werken. Hij was intelligent en leergierig. Door zelfstudie wist hij zich verder te ontwikkelen. Mede als gevolg van de armoede thuis richtte zijn belangstelling zich al vroeg op de leef- en werkomstandigheden van de arbeiders klasse. Zestien jaar oud trad hij toe tot de socialistische jongelingenvereniging De Vrijheid. Hij werd al spoedig secretaris van de vereniging en later haar voorzitter. Namens De Vrijheid woonde hij in 1890 in Den Haag het landelijk congres van de Socialistische Jongeliedenbond bij. Spiekman was in hetzelfde jaar ook lid geworden van de Sociaal-Democratische Bond (SDB) en hij was een gevierd spreker op vergaderingen van de bond. In 1892 ging hij als typograaf werken in de drukkerij van Tj. Luitjes, die tezamen met H.E. Kaspers De Arbeider uitgaf en een van de leidende figuren van de SDB in het noorden was. Aanvankelijk koesterde Spiekman een grote bewondering voor Luitjes. Samen organiseerden zij diverse betogingen, onder meer een demonstratie van werklozen in Hoogezand en Sappemeer in 1893, die de autoriteiten aanleiding gaf de staat van beleg af te kondigen. Gaandeweg distantieerde Spiekman zich echter van Luitjes wegens diens opvattingen over de te volgen taktiek in de sociale strijd. Spiekman ventileerde zijn ideeën, onder andere over het nut van sociale wetgeving, zowel in De Arbeider als in De Controleur, het weekblad van E.Ph.H. van der Ven, waarvan hij in 1891 medewerker was geworden. De bekende motie van december 1893, waarbij de SDB zich tegen het deelnemen aan verkiezingen verklaarde, leidde tot zijn breuk met de SDB. Als jongste van de 'twaalf apostelen' was hij in 1894 medeoprichter van de SDAP. Na in juli van dat jaar door Luitjes te zijn ontslagen, wat tot een staking in diens drukkerij had geleid, was hij in Noord-Brabant propagandist van de SDAP geworden. Tevens trad hij op als colporteur van het door Vliegen in Maastricht gestichte blad De Volkstribuun. In 1896 verhuisde hij naar Rotterdam, waar hij zetter werd bij H. Masereeuw. In diens drukkerij werd De Sociaaldemocraat vervaardigd. Vervolgens werd hij corrector bij het Rotterdamsch Dagblad (incidenteel leverde hij ook artikelen over de arbeidersbeweging) en toen dit blad in het Dagblad van Rotterdam opging, werd hij chef van de drukkerij van deze krant en ten slotte redacteur. Hij was ook vaste medewerker van De Kroniek van P.L. Tak, schreef in De Nieuwe Tijd, het Sociaal Weekblad, Vragen des Tijds en later ook in De Socialistische Gids.

In de plaatselijke afdeling van de Algemeene Nederlandsche Typografenbond vervulde Spiekman diverse bestuurlijke functies en voor het Zuidhollandsch Comité voor Kiesrechtuitbreiding trad hij op als secretaris. Het mislukken van de bootwerkersstaking in 1900 was voor hem aanleiding een brochure te schrijven waarin hij pleitte voor een betere vakorganisatie en het vormen van een weerstandskas. Na het vertrek van W.P.G. Helsdingen en J.G. van Kuijkhof was hij de onbetwiste leider van de Rotterdamse sociaal-democratische beweging. Hij blies de Rotterdamsche Bestuurdersbond (RBB) nieuw leven in en redigeerde het orgaan van de RBB, De Bondsbanier. Door middel van het in 1903 in het leven geroepen Bureau voor Arbeidsrecht stond hij iedereen terzijde die hulp en advies behoefde. Spiekmans populariteit had in 1901 tot zijn verkiezing als lid van de Rotterdamse gemeenteraad gevoerd. Hij was daarmee de eerste sociaal-democraat in de raad. Van dit lichaam zou hij, met een onderbreking van 1903 tot 1905, tot zijn dood deel uitmaken. Als raadslid hadden vooral de woningbouw en de armenzorg zijn aandacht.

In Rotterdam op handen gedragen ontmoetten Spiekmans opvattingen en activiteiten elders nogal eens tegenkanting. Bij voorbeeld ten aanzien van zijn instelling tot het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS). Hij was een van de weinige leidende SDAP-ers, die tot het laatst hebben gehoopt dat het NAS door een reorganisatie een effectieve vakcentrale zou worden. In 1903 nog nam hij zitting in een commissie die de statuten van het NAS moest herzien. Zijn voorstel om de bepaling op te nemen dat het NAS zou ijveren voor sociale wetgeving werd echter verworpen. In 1906 wees hij een uitnodiging af om in dienst te treden van het NVV. In de eerste plaats omdat hij geen overtuigd voorstander van een centralistische vakbeweging was, maar ook omdat hij Rotterdam, zijn machtsbasis, niet wilde verlaten. Een ander punt van kritiek was zijn medewerking aan De Controleur. Troelstra kon Van der Ven en diens blad niet zetten. Hij liet dit Spiekman weten en drong er op aan dat deze het blad de rug zou toekeren. Nochtans bleef Spiekman tot de dood van Van der Ven in 1913 in De Controleur schrijven. Ook de bezwaren van het bestuur van de SDAP tegen zijn redacteurschap van het Dagblad van Rotterdam - hij was gelijktijdig correspondent van Het Volk, de krant van de SDAP - legde hij naast zich neer. Pas in 1913 liet hij, na daartoe opnieuw gemaand te zijn, het Dagblad van Rotterdam schieten. Het jaar daarvoor was hij als voorzitter van de RBB afgetreden en had daarmee definitief voor de politiek gekozen. Hij werd voorzitter van het federatiebestuur van de SDAP, lid van de Provinciale Staten van Zuid Holland en lid van de Tweede Kamer. Als Kamerlid heeft hij zich met succes ingezet voor verbetering van de rechtspositie van de havenarbeiders en de zeelieden. Vanwege zijn grote kennis van zaken, praktische instelling en tolerantie vond hij ook bij politieke tegenstanders meestentijds een aandachtig gehoor. Na een langdurige ziekte Spiekman leed aan leukemie - overleed hij op 43-jarige leeftijd.

Publicaties: 

De bootwerkersbeweging te Rotterdam (Amsterdam 1900); (met L. Schotting) Arm Rotterdam. Hoe het woont! Hoe het leeft! (Rotterdam 1902); (met L.M. Hermans) Gemeentearmen (Rotterdam 1907); Loonslavernij. Alleenheerschappij der werkgevers of medezeggenschap der arbeiders? (Amsterdam 1908).

Literatuur: 

Vliegen, Dageraad II, 378-383, Kracht I, 142-144; P.J. Helsdingen, 'Een herinneringsdag' in: Voorwaarts, 24.11 en 1.12.1906; A.B. de Zeeuw, 'Hendrik Spiekman en A.W. Heykoop' in: Bekende Rotterdammers door hun stadgenoten beschreven (Rotterdam 1951) 22-27; W. van Ravesteyn, 'De arbeidersbeweging in Rotterdam voor de eerste wereldoorlog' in: Rotterdams Jaarboekje, 1954; W. Thys, De Kroniek van P.L. Tak (Amsterdam 1956) 306-308; Chr.A. de Ruyter-De Zeeuw, Hendrik Spiekman (Rotterdam 1971); G. Bruintjes, Socialisme in Groningen (Amsterdam 1981); H.J. Scheffer, De Controleur (Den Haag 1982); P. Hoekman, J. Houkes, O. Knottnerus (red.), Een eeuw socialisme en arbeiderbeweging in Groningen (Groningen 1986); C.W. ten Teije, De opkomst van het socialisme in Breda (Tilburg 1986); H. Buiting, Richtingen- en partijstrijd in de SDAP (Amsterdam 1989); B. van Dongen, Revolutie of integratie (Amsterdam 1992); M. Buschman, Tussen revolutie en modernisme. Geschiedenis van het Nationaal Arbeids-Secretariaat in Nederland 1893-1907 (Den Haag 1993); J. Houkes, 'Een jong gestorven apostel. Hendrik Spiekman 1874-1917' in: BNA, nr. 30, juni 1993, 18-30; H.M.T.M. Giebels, Katholicisme en socialisme. Het zelfbeeld van de Eindhovense christen-socialisten in het spanningsveld tussen traditie en moderniteit 1885-1920 (Tilburg 1994); J. de Roos, Besturen als kunst. Lokale sociaal-democraten 100 jaar verenigd (Amsterdam 2002).

Portret: 

H. Spiekman, IISG

Auteur: 
H.J. Scheffer
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 5 (1992), p. 277-279
Laatst gewijzigd: 

25-09-2002