ANDREAE, Wabina

Wabina Andreae

(bekend onder de naam Mansholt-Andreae; roepnaam: Wabien), voortrekster van de SDAP in Groningen, is geboren te Heerenveen op 11 september 1874 en overleden te Zutphen op 25 augustus 1966. Zij was de dochter van Sicco Leendert Andreae, kantonrechter en schoolopziener, en Minke Römer. Op 10 mei 1906 trad zij in het huwelijk met Lambertus Helprig Mansholt, landbouwer, met wie zij twee dochters en drie zoons kreeg.

Andreae studeerde voor onderwijzeres en vervulde na het behalen van haar akte gedurende vier jaar een betrekking als zodanig te Amsterdam, waar zij socialistische en andere vergaderingen bezocht. Nadat zij de middelbare akten voor de staatswetenschappen had verworven, werd zij lerares in deze vakken aan hogere burgerscholen te Groningen, Warffum, Meppel en Heerenveen. Zij trad toe tot de SDAP en was in 1905 secretaris van de organisatie in het kiesdistrict Zuidhorn, waar zij ook spreekbeurten vervulde. Op een vergadering te Ulrum leerde zij haar toekomstige echtgenoot kennen. Van 1906 tot 1922 was het gezin op de boerderij Torum in de Westpolder gevestigd.

Wabien achtte het haar taak om haar jonge kinderen zelf op te voeden en gaf hun zelfs het basisonderwijs van de eerste en tweede klas thuis. Toch bleef zij actief in de socialistische propaganda, in het bijzonder voor de vrouwen, mede in het kader van de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs (BSDVC), die in 1908 gesticht werd. Nadat bij de herziening van de grondwet in 1917 het passief vrouwenkiesrecht was ingevoerd, werd zij bij de Kamerverkiezingen van 1918 als vierde op de Groningse lijst van de SDAP geplaatst. In het jaar daarop werd zij tot lid gekozen van de Provinciale Staten, waarin zij tot 1927 zitting had, en van de gemeenteraad van Ulrum. Zij werd echter geen Tweede Kamerlid, omdat de 'moederplichten' haar verhinderden een dergelijke functie te aanvaarden. Na de verhuizing van het gezin naar Glimmen werd zij lid van de raad van de gemeente Haren van 1923 tot 1931. Later vertrok zij met haar echtgenoot in ruste naar Heemstede waar de jaren 1940-1945 werden doorgebracht.

Tot op hoge leeftijd behield Wabien Mansholt-Andreae haar vitaliteit en begeleidde ze haar zoon Sicco Leendert als minister van Landbouw en als lid van de Europese Commissie met min of meer kritische kanttekeningen. Zij bezat grote kwaliteiten als onderlegd spreekster op openbare bijeenkomsten, ook schreef zij artikelen en vlugschriften ter verdediging van haar standpunten. Ten aanzien van het gezin en het moederschap huldigde zij ondanks haar radicale inslag traditionele opvattingen die zij ook in praktijk bracht.

Publicaties: 

Wat de vrouw, die stemmen gaat weten moet (Amsterdam 1920); Vrouwen! Niet langer getalmd! (Amsterdam 1920); vele bijdragen aan De Proletarische Vrouw en De Socialistische Gids.

Literatuur: 

Vliegen, Kracht II, 496-497; J. Outshoorn, Vrouwenemancipatie en socialisme (Nijmegen 1973); De vrouw in het gezin / W. Mansholt-Andreae. De vrouw en het gezin / M. Wibaut-Berdenis van Berlekom Uitgebracht ter gelegenheid van de diskussiedag "Vrouwen en Geld" te Utrecht op 7 april 1984 (Amsterdam 1984); A. Mellink, 'Bertus Mansholt (1875-1945) en Wabien Andreae (1874-1966)' in: P. Hoekman, J. Houkes, O. Knottnerus (red.), Een eeuw socialisme en arbeidersbeweging in Groningen 1885-1985 (Groningen 1986).

Portret: 

W. Andreae, uit: Vliegen, Kracht II, 493

Handtekening: 

Huwelijksakte van Mansholt/Andreae dd. 10 mei 1906. Reg 1906, akte 9; akteplaats Zuidhorn. Als bruid.

Auteur: 
Albert F. Mellink
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 3-4
Laatst gewijzigd: 

18-4-2015 (kindertal aangepast)