KALMA, Jacobus

Jacobus Kalma

socialistisch propagandist, is geboren te Wirdum op 21 maart 1870 en overleden te Amsterdam op 26 maart 1943. Hij was de zoon van Sjerp Jacobus Kalma, boer, en Antje Sjoerds Cuperus. Op 26 juni 1903 trad hij in het huwelijk met Martje Teenstra, met wie hij een zoon kreeg.

Kalma was de zoon van een boer en veekoopman, die het moeilijk kon bolwerken tijdens de agrarische crisis die Friesland in de laatste decennia van de negentiende eeuw teisterde. Hij had een helder verstand en ging na zijn gymnasiumtijd te Leeuwarden in 1889 te Amsterdam filosofie studeren. Dat hij zijn afkomst niet loochende en zich bezig hield met het zoeken naar een oplossing voor de verarmde pachtboeren blijkt uit het feit dat hij lid was van de in 1889 opgerichte Nederlandsche Bond voor Landnationalisatie. Daar hij de oplossing van de sociale ellende niet alleen zocht in Landnationalisatie, leidde er toe dat hij lid werd van de Sociaal-Democratische Bond (SDB). In Amsterdam trad hij als spreker voor de SDB-afdeling al spoedig naar voren. Kalma viel op door zijn vlotte manier van redeneren. De Nieuwe Tijd schreef in 1893 bewonderend: 'In dezen jeugdigen spreker ontmoeten wij een geschikt medestrijder, vlug ter tale en tevens gemakkelijk verstaanbaar en te volgen.' Men vond hem een aanwinst voor de socialistische beweging. Hij kon blijkbaar niet aarden in Amsterdam, want hij brak zijn studie af. In oktober 1893 liet hij zich in Groningen aan de faculteit voor wis- en natuurkunde inschrijven. In de tussentijd was hij in Friesland al een bekend spreker geworden en wist zijn toehoorders te begeesteren met zijn vurige taal. De verslagen in de pers maken duidelijk dat hij het oor van de vergadering had en dat men vooral gepakt werd door zijn rappe spreken, dat geen politieman kon bijhouden. De bezoekers hoorden verbluft aan hoe zo'n jonge kerel zo spreken kon. In het voorjaar van 1893 verlegde Kalma zijn spreekbeurten naar de provincie Groningen. Daar waren rond de jaarwisseling opstootjes geweest die leidden tot het instellen van de staat van beleg in verschillende Oostgroninger gemeenten. In veel dorpen werden marechaussees ingekwartierd die de socialisten moesten intimideren. Om de socialistische propaganda gaande te houden organiseerde de plaatselijke socialistische propagandist Tjerk Luitjes tal van bijeenkomsten waar sprekers optraden om de revolutie te prediken. Maar om het publiek te trekken werden die afgewisseld met blaasmuziek en humoristische voordrachten. Dit soort evenementen waren in 1893 zeer populair en trokken duizenden bezoekers. Kalma bleek zeer geschikt voor deze propaganda. Hij droeg dan stukjes voor, vaak uit de Ideën van Multatuli, en daarna zong de bekende socialiste en feministe Cato van Hoogstraten strijdliederen. Als duo traden zij door het gehele land op. Kalma was als spreker zo populair bij de arbeiders, dat de tegenstanders hem bestreden door de logementhouders te overreden hem geen onderdak te verschaffen. Hierdoor moest hij 's nachts terug lopen naar Groningen. Kalma, die muzikaal was, gaf ook wel muziekuitvoeringen op socialistische bijeenkomsten. Zo dirigeerde hij op 22 november 1893 te Winschoten in café Tivoli een 'flink orkest', met zang van Van Hoogstraten. De bijeenkomst werd afgesloten met het optreden van twee komieken en bal na. Een paar dagen later sprak Kalma voor de SDB-afdeling Assen over 'Vooruitgang en armoede'. Hij gaf toen nogal af 'op het militarisme, de kapitalisten, de justitie, de dominees, het koningschap en de verschillende vorsten uit het huis van Oranje, vanaf Prins Willem I'. Kalma stond volkomen achter het revolutionaire standpunt. 'Dolle honden worden afgemaakt als dragers der hondsdolheid; komt iemand met een geweer een dollen hond tegen dan schiet hij hem dood. Zoo moet men ook met de marechaussée's doen.' Hij pleitte daarbij voor de stichting van een wapenfonds en een illegaal volksleger. Deze uitspraken bezorgden Kalma een proces, waarin vier maanden gevangenis werd geëist. Voor de rechtbank te Assen en daarna voor het Hof te Leeuwarden werd de zaak uitvoerig doorgenomen, maar de getuigen spraken elkaar tegen. Kalma werd verdedigd door mr. P.J. Troelstra en beide keren vrijgesproken. Voor het Hof kwam hij zelf aan het woord. Hij viel heftig uit, maar had de schrik toch te pakken, want hij zegde enkele spreekbeurten af. Begin 1894 sprak hij weer te Goutum over de klassenstrijd en op een grote meeting te Meppel trad hij samen op met G.L. van der Zwaag en J.H.A. Schaper. Ook in Groningen bleef hij optreden, maar de scheuring van de SDB leidde ertoe dat hij van het socialistische toneel verdween. SDAP-er werd hij niet en anarchist was hij niet.

Het verhaal ging dat Kalma met een circus naar Wenen trok en later met Duitse muzikanten in Nederland optrad. Behalve als mathematicus en als socialistisch propagandist had hij immers ook muzikale kwaliteiten. Een andere overlevering zegt dat Kalma in het van ouds wat romantische Heidelberg muziek is gaan studeren. In elk geval dook hij pas na een jaar of vijf weer op, ditmaal als muziekleraar in Frieslands Zuidoosthoek, waar hij onder andere te Gorredijk een muziekkorps dirigeerde. Zijn kunstzinnige aanleg kwam ook in later tijden tot uiting, maar voerde niet tot zijn bestemming. De studiezin bleef aanwezig en zo kwam hij in 1900 weer naar Groningen om zich voor de rechtenstudie in te schrijven. Reeds in 1902 promoveerde hij op stellingen in de rechtswetenschap. In 1908 volgde een tweede promotie, wederom op stellingen, ditmaal in de staatswetenschappen. Kalma was vanaf 1906 leraar staatswetenschappen aan de Hoogere Burger School te Groningen en aan die van Warffum. Ook in Leeuwarden gaf hij van 1909 tot 1912 les aan de HBS. Verder was hij schoolopziener. Als advocaat-procureur bouwde hij een drukke praktijk op. In het begin van zijn praktijk wisten zijn voormalige socialistische vrienden hem te vinden. In 1903 verdedigde Kalma tijdens de Groninger kleermakersstaking een staker die een onderkruiper had geslagen. Kalma wenste de staking als een verzachtende omstandigheid te begrijpen, schetste het gerechtvaardigde van de staking en vroeg om een milde straf. Kalma trouwde met een dochter van een bemiddelde doopsgezinde boer uit Kommerzijl. De rode propagandist en bohémien was mr. dr. Jac. Kalma geworden en kreeg als zodanig een grote naam. Jarenlang was hij bekend als de auteur van veelgebruikte studieboeken over privaatrecht en het huwelijks- en erfrecht en door zijn activiteit als repetitor voor belastingexamens. Hij was intussen ook de vaste recensent van muziek- en toneeluitvoeringen voor het Nieuwsblad van het Noorden en vanaf 1920 directeur van het Groninger Symphonie-ensemble. Dit kreeg later de naam Groninger Symphonie Orkest Kalma, Dilettantenorkestvereeniging. Het orkest voerde ook composities van Kalma uit. In 1918 vroeg varietédirecteur Henri ter Hall, lijsttrekker van de Neutrale Partij die de amusementswereld in de Tweede Kamer wilde vertegenwoordigen, Kalma om samen met Joh. Braakensiek een kandidatuur aan te nemen. Kalma bedankte. Hij was in deze jaren een zwierige figuur, een bon-vivant in bontjas en tegelijkertijd een goede leraar die van een grap hield. Deze figuur kende echter ook een andere zijde. Kalma had de neiging tot buitensporig drankgebruik en leed aan speculatiezucht. Aan het einde van zijn leven verliet hij de stad Groningen en vestigde zich te Amsterdam, waar hij in 1943 overleed.

Publicaties: 

Privaatrecht. Handleiding bij de studie van het Nederlandsche Privaatrecht. 2 delen (Amsterdam 1924, 1940); Recht en wetgeving. Handleiding bij de studie van recht en wetgeving voor het staatsrechtdiploma in handel en administratie (Amsterdam 1929 met supplement); Huwelijksrecht en erfrecht (Den Haag 1930); De pachtovereenkomst. De verhouding van pachter en verpachter volgens de nieuwe pachtwet (Den Haag 1931).

Literatuur: 

Friesche Courant, 26.11.1893; De Wachter, 24.2.1894; Friesch Volksblad, 11.3.1894; Vliegen, Dageraad II, 330; Nieuwsblad van het Noorden, 3.3.1943; Gedenkboek Rijks Hogere Burgerschool Groningen 1864-1964 (Groningen 1964) 156 - 159; J.J. Kalma, 'Drie vrienden te Wirdum' in: Leeuwarder Courant, 18.10.1975; J.J. Kalma, 'Jacobus Kalma, een rode gereformeerde die het af liet weten' in: TvSG, mei 1976, 194 - 199; Leeuwarder Courant, 24, 27, 28.9.1977 (over zijn muziek); F. van Gelder, 'De kleermakersstaking van 1903' in: Jaarboek arbeidersbeweging, 1979, 182 - 224; J. Houkes, Travailleur (Groningen 1985).

Portret: 

J. Kalma, uit: TvSG, mei 1976, 195

Auteur: 
J.J. Kalma
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 5 (1992), p. 145-148
Laatst gewijzigd: 

00-00-1992