SCHERMERHORN, Dirk

Dirk Schermerhorn

ingenieur in de Koezbas-Kemerovo-kolonie in de Sovjet-Unie, is geboren te Groot Schermer op 26 april 1900 en overleed in de Sovjet-Unie op 26 november 1937. Hij was de zoon van Teunis Schermerhorn Wzn, boer, en Trijntje Honig. Op 24 juli 1924 trad hij in het huwelijk met Francisca Johanna Mus, tandarts, met wie hij een dochter en twee zoons kreeg. In de Sovjet-Unie werd zijn naam als Shermergor (transcriptie) geschreven.

Schermerhorn volgde de Hoogere Burger School in Alkmaar en ging na zijn eindexamen in Delft de studie voor civiel-ingenieur volgen. Zijn oudste broer Willem had daar landmeetkunde gestudeerd. De beide andere broers werden boer en hun zuster studeerde Nederlands. Al op de HBS leerde Schermerhorn zijn latere vrouw kennen. Dirk Struik, die in 1917 op deze school als wiskundeleraar inviel, herinnerde zich nog tientallen jaren later dat zij een jeugdig stel vormden. De Schermerhorns kenden een hechte familieband, die niet verstoord werd door het feit dat Dirk, waarschijnlijk in 1921, communist werd en daarmee buiten het liberale of vrijzinnig-democratische patroon van de familie viel. In Delft was Schermerhorn secretaris van het Delftsch Studenten Gezelschap voor Sociale Studie geworden. Waarschijnlijk leerde hij daar de al afgestudeerde ingenieur Anton Struik kennen, die net als zijn broer Dirk gegrepen was door het communisme. Uit deze Delftse kring zouden begin jaren twintig verschillende ingenieurs uit idealisme om in de Sovjet-Unie een nieuwe wereld op te bouwen naar Kemerovo in Siberië vertrekken. Dit gebeurde nadat ir. S.J. Rutgers in 1921 aan W.I. Lenin een plan had voorgelegd om met behulp van buitenlandse ingenieurs en vakarbeiders de opbouw van de industrie in Siberië te bevorderen. Dit betrof zowel de steenkoolwinning als de oprichting van hoogovens en een chemische industrie in het Koeznetsbekken. Daarvoor zouden in Noord-Amerika en Europa werkkrachten geworven worden. Ter ondersteuning verscheen in mei 1922 in New York het eerste nummer van het Kuzbas-bulletin.

Tot de eerste Nederlanders die naar Kemerovo kwamen, hoorden ir. A. Baars en Anton Struik. Schermerhorn en zijn vrouw behoorden in augustus 1924 tot de laatste buitenlandse specialisten die nog werden toegelaten. Schermerhorn kwam op het technisch bureau als landmeter en technisch tekenaar te werken, zijn vrouw als tandarts in dienst van de plaatselijke gezondheidszorg. Beiden wisten hun draai te vinden in de tamelijk ingewikkelde zakelijke en persoonlijke patronen in Kemerovo. Zij maakten er vrienden die zij ook later nog zouden ontmoeten. Schermerhorn bleek een bekwaam ingenieur met zowel tactische als organisatorische gaven en een harde werker. De winter van 1925-1926 bracht het echtpaar in Nederland door. Na terugkeer werd hij aangesteld bij de aanleg van het Noordelijk deel van de Turkestan-Siberische (Turk-Sib) spoorlijn. Zijn standplaats werd Semipalatinsk, waar hij eerst op het technische bureau werkte, kunstwerken (bruggen en viaducten) tekende en begin 1928 plaatsvervangend chef van de afdeling Kunstwerken werd. Zijn vrouw werd er makkelijker in de gemeenschap van het ziekenhuis opgenomen dan in Kemerovo. 'Al met al bevalt 't ons hier beter dan in Kemerovo dat we al vergeten zijn', schreven zij aan familie. Eind 1928 kwam hij op de afdeling Mechanisatie te werken, waar hij ook voor grote bestellingen verantwoordelijk werd. Nadat de verbinding tussen het Noordelijk en Zuidelijk deel van de spoorlijn al vóór 1 mei 1930 tot stand gekomen was, werd hij in het najaar hoofd van de Turk-Sib. Voor zijn prestaties kreeg hij met zes anderen de Rode Vaan en de vermelding 'Held van de Arbeid'. Intussen overgeplaatst naar Alma Ata moest hij zijn beleid regelmatig verantwoorden op bijeenkomsten van de plaatselijke vakbeweging en partij en was hij veel onderweg voor inspectie van de lijn. Met ingang van november 1931 kreeg hij in Moskou de functie van adjunct-directeur generaal van de spoorwegbouw in de Sovjet-Unie. Hij was vaak op dienstreis. Er werd dan een speciale wagon aan de trein gekoppeld. In 1932 kwamen Schermerhorn en zijn vrouw voor het laatst naar Nederland, maar niet samen in verband met visummoeilijkheden. Zij kwam eerst met de kinderen, daarna volgde hij. Na een aanklacht van zijn directe chef L.M. Kaganovitsj, die hem verantwoordelijk stelde voor een ongeluk in de onder grote druk gebouwde Moskouse metro, arresteerde de geheime politie Schermerhorn op 14 oktober 1936. Zijn vrouw, die intussen als vertaalster actief was, vertelde noch aan zijn broer Willem, die in december 1936 op doorreis in Moskou was, noch aan haar ouders, die haar in de zomer van 1937 kwamen opzoeken, over zijn gevangenneming. Zelf werd zij in 1938 opgepakt en zat na veroordeling eerst acht jaar in een strafkamp. De kinderen werden in tehuizen grootgebracht. Schermerhorn werd veroordeeld op 26 november 1937 voor onder meer spionage en economische sabotage en direct daarna geëxecuteerd. Zijn vrouw werd in 1945 naar Mordovië verbannen, waar zij als tandarts werkte. De kinderen zag zij toen pas terug. Zij overleed in 1953. Na de geheime rede in 1956 van N. Chroesjtsjov, die destijds zelf door Kaganovitsj als voorman bij de bouw van de metro was aangesteld, werd Schermerhorn nog in hetzelfde jaar gerehabiliteerd, zijn vrouw in 1958.

In Nederland had Schermerhorn in de jaren dertig hoge verwachtingen geuit over de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie. Hij meende dat, als er geen oorlog zou komen, het kapitalisme in tien jaar te gronde zou gaan en dat de Sovjet-Unie de Verenigde Staten zou inhalen. 'De weg die ik me 15 jaar geleden koos is voor mij - meer dan ooit en duidelijker dan ooit - de enige juiste...' In 1930 schreef hij in De Communist over ontwikkeling en ontwikkelingsmogelijkheden in de Sovjet-Unie in verband met de vijf-jaren-plannen. In het door G.J.M. van het Reve geredigeerde weekblad van de Vereeniging Vrienden der Sowjet-Unie Rusland van Heden stond Schermerhorns naam in 1936 in het colofon genoemd. Hij schreef echter geen enkele bijdrage in dit culturele tijdschrift en werd in het nummer van 20 september voor het laatst genoemd. Ook was hij betrokken bij de Nederlandse uitgave van de werken van Lenin in twaalf delen. Genoemd in het eerste deel in 1936, was zijn naam in de volgende delen (1937 en later) geschrapt.

Archief: 

Archief D. Schermerhorn in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens2, 328).

Literatuur: 

T. Schoorl-Straub, Een beetje vrijheid. Herinneringen van een Nederlandse vrouw in Siberië (Laren 1965); G.C. Trincher-Rutgers, K. Trincher, Rutgers. Zijn leven en streven in Holland, Indonesië, Amerika en Rusland (Moskou 1974); Een Nederlander in Siberië. Brieven van Anton Struik (Nijmegen 1979); H. Olink, 'Dirk Schermerhorn: een carrière onder Stalin. "U zult een tijdje niets van me horen" ' in: NRC Handelsblad, 23.4.1988; D. Volkogonov, Triumf i tragedija. Politiceskij portret I.V. Stalina (Moskou 1989) Boek I, deel 2, 157; H. Olink, De vermoorde droom. Drie Nederlandse idealisten in Sovjet-Rusland (Amsterdam 1993); S. Sneevliet, Mijn jaren in Stalinistisch Rusland (Den Haag 1994).

Portret: 

D. Schermerhorn, particulier bezit

Auteur: 
Johanna M. Welcker
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 182-184
Laatst gewijzigd: 

13-02-2003