HINTE, Nicolaas van

Nico van Hinte

(roepnaam: Nico), oprichter en bestuurder van de Nederlandsche Bond van Gemeentewerklieden en de Internationale van Werklieden in Overheidsdienst, is geboren te Assen op 13 juli 1869 en overleden te Heemstede op 6 november 1932. Hij was de zoon van Engelbert van Hinte, meesterknecht gasfabriek, en Margaretha Overtoom. Op 28 juni 1893 trad hij in het huwelijk met Antonia Petronella Elisabeth Smit, met wie hij drie dochters en twee zoons kreeg.

Na de lagere school ging Van Hinte op twaalfjarige leeftijd werken. Het beroep van zijn vader - die vele jaren de grote man en president van de Asser Werklieden- Vereeniging is geweest, alsmede voorzitter van de afdeling Assen van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht - was bepalend voor het zijne. Hij werd gasfittersleerling in de gemeentelijke gasfabriek te Assen. Na enkele jaren in Dokkum gewerkt te hebben verhuisde hij met zijn gezin in 1895 naar Leeuwarden, waar hij zijn werk als gasfitter voortzette. Na P.J. Troelstra gehoord te hebben op een vergadering in 1897 sloot hij zich aan bij de SDAP. In dat jaar begon zijn leven als organisator in vakbeweging en partij. Hij werd beïnvloed door contacten met mensen als A. van der Heide, J.G. Jansonius en G.W. Melchers, met wie hij in de redactie van Arm Friesland zat. Tijdens colportage met dit blad werd hij door christelijke jongeren wel eens op een pak slaag onthaald. Hij had een grote dorst naar kennis en ontwikkeling. 's Nachts las hij boeken van het weinige geld dat hij zich met zijn loon kon veroorloven. Hij ontplooide een groot aantal activiteiten in Leeuwarden. Hij richtte in 1899 de vereniging van gemeentewerklieden Ons Belang op en onder zijn leiding kwam de Leeuwarder Bestuurdersbond tot stand, waarvan hij eerst secretaris, later voorzitter werd. Daarnaast vervulde hij vele maatschappelijke functies, zoals voorzitter van de SDAP-afdeling, bestuurslid van de coöperatie Excelsior, lid en voorzitter van de Kamer van Arbeid en lid van de Raad van Beroep van de Ongevallenwet.

Vanaf 1901 kregen de organisatorische activiteiten van Van Hinte een landelijke reikwijdte. Op zijn initiatief werd de Nederlandsche Bond van Gemeentewerklieden opgericht. Van Hinte was de spil de eerste tien jaar als secretaris, daarna als voorzitter - gedurende het gehele bestaan van deze bond en zijn opvolgers tot zijn afscheid in 1929. J.G. van Zelm, lantaarnpoetser en aansteker bij de gasfabriek in Arnhem, werd de eerste voorzitter van deze bond. De bond begon met 1400 leden verspreid over tien afdelingen. Bij zijn 25-jarig bestaan in 1926 was het ledental gegroeid tot meer dan 13.000 over 104 afdelingen. Ten aanzien van rechtspositie, status, arbeidsvoorwaarden en voor overheidspersoneel specifieke zaken als scheidsgerechten, werkliedenreglementen, wachtgeld en pensioenen werden in deze kwart eeuw grote verbeteringen bereikt. Van Hinte en Van Zelm waren aanwezig op de vergadering in Amsterdam op 20 februari 1903, waar besloten werd tot de oprichting van een Comité van Verweer tegen de 'worgwetten' van A. Kuyper. De dag erna werden zij in audiëntie ontvangen door de minister-president. Het eerste waar Kuyper naar informeerde, was de vergadering de dag ervoor. In een onderhoud dat meer dan twee uur duurde, deden zij een boekje open over de lage lonen, de lange werktijden en de abominabele werkomstandigheden van gemeentewerklieden. Van Hinte wees voortdurend in het bondsblad De Gemeentewerkman, tijdens openbare spreekbeurten, in het Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht, het NVV-bestuur op het belang van het algemeen kiesrecht, in het bijzonder voor het overheidspersoneel. Een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging zou immers met meer recht kunnen optreden voor de belangen van het overheidspersoneel en de publieke dienstverlening. Het stakingsverbod voor spoorweg- en overheidspersoneel werd een tweede reden voor Van Hinte om het algemeen kiesrecht te propageren. De gemeentewerklieden konden hun eisen nu immers niet langer door een staking kracht bijzetten. Ten aanzien van de verhouding tot de politiek en de gewenste organisatievorm centralistisch of meer zelfstandigheid voor de afdelingen - gingen de opvattingen tussen Van Hinte en Van Zelm steeds meer uiteenlopen. Van Zelm was ontslagen vanwege zijn optreden tijdens de spoorwegstakingen. De bond ondersteunde hem vervolgens enkele jaren financieel. Kort na zijn vertrek in 1906 werd Van Zelm bestuurder bij de concurrerende Federatieve Bond van Gemeentewerklieden. In de jaren daaropvolgend bestookten Van Hinte en Van Zelm elkaar op het punt van hun vakbondspolitiek, die respectievelijk modern en syndicalistisch was. De Gemeentewerkliedenbond was de tweede bond in grootte van de in 1906 bij het NVV aangesloten bonden. Tot 1929 zou Van Hinte deel uitmaken van het NVV-bestuur. In 1905 was hij als bezoldigd bestuurder in dienst gekomen van zijn bond. Om die reden verhuisde hij naar Rotterdam, waar hij zowel voor zijn bond als in de partij actief bleef. In 1907 kwam hij naast H. Spiekman voor de SDAP in de gemeenteraad. Hij bleef gemeenteraadslid tot zijn verhuizing naar Amsterdam in 1912, waar in dat jaar het hoofdkantoor van de bond werd gevestigd. Het vakbondswerk ging geleidelijk aan zoveel van hem eisen dat hij op politiek vlak niet veel meer kon doen. In 1920 werd Van Hinte overigens nog wel gekozen tot lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland maar niet toegelaten om een formele reden. Er was van hem geen verklaring ingekomen bij de voorzitter van het stembureau dat hij zijn benoeming aanvaardde. In 1910 werd Van Hinte verantwoordelijk redacteur van het bondsblad De Gemeentewerkman (vanaf 1915 De Werkman in Openbaren Dienst, vanaf 1920 Ons Weekblad). In 1915 werd de naam van de bond verbreed tot Nederlandsche Bond van Werklieden in Openbare Diensten en Bedrijven. Van Hinte zette zich krachtig in voor de fusie van zijn bond met de Rijkswerkliedenbond, die werd beslist in 1920 met de samensmelting tot Nederlandsche Bond van Werklieden in Overheidsdienst. De naamswijziging tot Nederlandsche Bond van Personeel in Overheidsdienst (NBPO) in 1924 duidt op een veranderende opvatting over de status van werklieden. Eind 1914 was Van Hinte een van de oprichters en de eerste voorzitter van het Salaris-Comité, dat op 5 mei 1917 werd omgezet tot het Comité ter behartiging van de belangen van het overheidspersoneel (ACOP). Het Comité was een overkoepeling van de verschillende bonden van overheidspersoneel bij het NVV. Hij maakte onder meer deel uit van de Staatscommissie tot regeling van de Rechtstoestand, de Salariscommissie voor Burgerlijke Rijksambtenaren, de Staatscommissie voor Gemeentepersoneel, de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg voor Burgerlijke Ambtenaren en Werklieden en de Hooge Raad van Arbeid. Ook internationaal heeft Van Hinte zijn sporen verdiend. Hij was een van de oprichters van de Internationale van Werklieden in Overheidsdienst in Stuttgart in 1907, waarvan hij in 1919 internationaal secretaris werd.

In het door hem geschreven gedenkboek over de bond in 1926 blikt Van Hinte met voldoening terug op het vele dat bereikt is voor het overheidspersoneel. Politiek kreeg hij in de jaren twintig tegenslagen te verwerken door het verzet tegen de sociaal-democratische wethouders, die loonsverlagingen voor gemeentepersoneel doorvoerden. Zijn gezondheid ging achteruit. In 1924 werd hij gedwongen enige maanden rust te nemen. Een van zijn laatste officiële daden was de opening van het vakantie- en conferentiecentrum Avegoor op 14 juli 1928. Op 17 september werd hij midden in het werk tijdens een conferentie tussen partij, NVV en de bonden van overheidspersoneel door een hartaanval getroffen. Op 2 maart 1929 trad hij af als bondsvoorzitter. Van Hinte was een rusteloze werker, een nuchtere, moderne vakbondsbestuurder, en een krachtige, autoritaire en soms wat eigenzinnige persoonlijkheid. De NBPO werd 'de bond van Van Hinte' genoemd. De leden in zijn bond keken hoog tegen hem op. Binnen en buiten zijn bond werd hij gerespecteerd om zijn inzet, visie en deskundigheid. Eind jaren twintig en begin jaren dertig waren er fusiebesprekingen gaande tussen de NBPO, de bond van blauwe boordenwerkers, en de Centrale Nederlandsche Ambtenaarsbond, de bond van witte boordenwerkers bij de overheid. Hij zou de realisering van die fusie als de bekroning op zijn vakbondswerk hebben gezien, maar heeft dat niet mogen meemaken. De fusie liet nog op zich wachten tot 1947, toen de Algemene Bond van Ambtenaren (ABVA) werd opgericht. Na een pijnlijk ziekbed overleed Van Hinte eind 1932 in Heemstede, waar hij te rusten werd gelegd in een graf dat de bond te zijner ere had gekocht.

Publicaties: 

Onze belangen in den Rotterdamschen gemeenteraad (Rotterdam z.j.); Het streven van den Bond van Nederlandsche gemeente-werklieden benevens gegevens omtrent loon, arbeidsduur, enz. (z.pl. z.j.); Let op hun daden. Een woord aan het personeel in openbaren dienst (Amsterdam 1922); De Nederlandsche Bond van Personeel in Overheidsdienst, 1901-1926 (Amsterdam 1926).

Literatuur: 

Vliegen, Kracht II, 372-374; J. Oudegeest, De geschiedenis der zelfstandige vakbeweging in Nederland. Deel I (Amsterdam 1926) 463-464; F. van Meurs, Een terugblik bij het 25-jarig bestaan van den Nederlandschen Bond van Personeel in Overheidsdienst (Amsterdam 1926) 3-4; F. van Meurs, 'N. van Hinte overleden' in: De Socialistische Gids, 1932, 817-819; H. Buiting, Richtingen- en partijstrijd in de SDAP. Het ontstaan van de Sociaal-Democratische Partij in Nederland (SDP) (Amsterdam 1989); B. van Dongen, Revolutie of integratie (Amsterdam 1992); B. Mulder, 'De sosjaal-demokrasy en it Frysk: kultuerpolityk yn etappes' in: M. de Bok, J. Frieswijk, B. Mulder (red.), 110 jaar sociaal-democratie in Friesland (Akkrum 1994).

Portret: 

N. van Hinte, IISG

Auteur: 
Harry Peer
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 72-75
Laatst gewijzigd: 

26-08-2002