SANNES, Goswijn Willem

Goswijn Willem Sannes

vooraanstaand marxistisch socialist in Zeeland en later SDAP-Kamerlid, is geboren te Meerssen (L.) op 4 oktober 1875 en overleden te Den Haag op 2 januari 1930. Hij was de zoon van Hinno Willem Jan Sannes, ontvanger, later inspecteur der registratie en domeinen, gedeputeerde van Gelderland, en Johanna Cornelia Antonia de Pril. Op 7 mei 1902 trad hij in het huwelijk met zijn nicht Elisabeth Arnolda Sannes, met wie hij een dochter en een zoon kreeg.

Na de HBS te Hoorn bezocht te hebben volgde Sannes twee jaar de officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij veranderde echter van idee, deed staatsexamen en ging te Amsterdam rechten studeren. In 1902 promoveerde hij op een proefschrift over Grondeigenaar en gemeenschap bij den aanleg van publieke werken. Van deelname aan de socialistische beweging in zijn studententijd is bij hem noch bij zijn jongere broer H.W.J. Sannes (eveneens jurist) iets bekend. Hij trad in dienst als ambtenaar bij het Centraal Bureau voor Sociale Adviezen te Amsterdam en was rapporteur van een commissie van onderzoek inzake verzekering tegen de geldelijke gevolgen van werkloosheid (1903). In laatstgenoemd jaar werd hij bij het in werking treden van de Ongevallenwet griffier bij de Raad van Beroep te Middelburg. Onder de indruk van de gebeurtenissen van dat jaar, de spoorwegstaking en de reactie daarop, sloot hij zich bij de SDAP aan, waartoe hij zich door zijn theoretische studie toch reeds aangetrokken had gevoeld. Hij en zijn vrouw raakten bevriend met het echtpaar Wibaut. Sannes kreeg na het vertrek van F.M. Wibaut de leiding van de socialistische propaganda in Middelburg en in geheel Zeeland. In 1904 werd hij redacteur van het gewestelijk weekblad van de partij De Baanbreker. In 1907 werd hij als eerste sociaal-democraat in de gemeenteraad gekozen, in 1909 werd hij voorzitter van het gewest Zeeland van de SDAP.

In deze jaren van interne partijstrijd behoorde Sannes evenals Wibaut tot de marxistische Nieuwe Tijd-vleugel. Op het Haags congres van 1905 trad hij als afgevaardigde van Middelburg tamelijk scherp tegen P.J. Troelstra op in de kwestie van de herstemmingen bij de Kamerverkiezingen en hij werd toen door de parlementaire leider van de SDAP bij de 'steigerende veulens' ingedeeld. W.H. Vliegen zou het niet verwonderlijk geacht hebben als hij in 1909 met de Tribune-redacteuren (evenals zijn broer) de partij verlaten had, maar dit geschiedde niet. Sannes werd actief medewerker aan het toen uitgekomen Weekblad, waarvan Wibaut redacteur was. In 1911 verhuisde hij van Middelburg naar Almelo, waar hij hetzelfde griffiersambt bekleedde en in 1913 naar Groningen. Hier werd hij ook lid van de gemeenteraad en trad hij bij de Kamerverkiezingen in de districten Groningen en Veendam als kandidaat op. Als afgevaardigde van Veendam ging hij naar de Tweede Kamer, waar hij als uitmuntend spreker en kenner van het terrein van de sociale verzekering in zijn fractie een grote rol ging spelen. Op het partijcongres te Arnhem in 1915 stond hij met een deel van de Kamerfractie tegenover Troelstra en het partijbestuur door toen reeds de landsverdediging in beginsel af te wijzen. Aan de levensmiddelenvoorziening besteedde hij in de oorlogsjaren veel aandacht bij interpellaties. Inmiddels naar Rotterdam verhuisd raakte hij, die nu ook lid van het partijbestuur was geworden, betrokken in de beroeringen van november 1918. De eerste bespreking ten huize van Troelstra op 10 november woonde hij bij en in de avond van 11 november voerde hij het woord op een van de vergaderingen te Rotterdam, waarbij ook de positie van het vorstenhuis door hem in het geding werd gebracht. Uit deze tijd dateert blijkbaar zijn meer persoonlijke vriendschappelijke verhouding met Troelstra.

Sannes maakte deel uit van de commissie die in 1920 het Socialisatierapport uitbracht. Op het partijcongres van 1921 lichtte hij het voorstel betreffende de ontwapening toe 'in een magistrale hartstochtelijke rede, die op alle aanwezigen onvergetelijken indruk heeft gemaakt' (Troelstra). Ondanks zijn grote populariteit in de SDAP kwam hij door zijn minder goede gezondheidstoestand blijkbaar niet in aanmerking voor de opvolging van Troelstra in 1925. Wel opende hij in diens naam het Troelstra-oord te Beekbergen in 1927. Het sluitstuk van de parlementair-politieke arbeid van Sannes was het door hem ontwikkelde drieledige plan voor de oudedagsverzorging: staatspensioen voor allen, verplichte verzekering voor loonarbeiders en vrijwillige verzekering ter aanvulling, de beide laatste met toeslag van staatswege. Op een gezamenlijk congres van SDAP en NVV in 1928 heeft hij dit plan ontvouwd en daarmee aan de strijd voor de belangrijke eis van het staatspensioen een grote impuls gegeven. Sannes overleed nog voor Troelstra in het begin van 1930 op slechts 54-jarige leeftijd. Journalistiek was hij in de jaren twintig ook actief geweest als redacteur van de Rotterdamse Voorwaarts.

Publicaties: 

Behalve de genoemde bijdragen in De Nieuwe Tijd, De Socialistische Gids, De Gemeente.

Literatuur: 

Vliegen, Kracht II, 319-320; P.J. Oud, Het jongste verleden (Assen, 19682), I, 133 e.v., IV, 18 e.v.; P.J. Meertens, 'Sannes (Goswijn Willem)' in: Mededelingenblad, nr. 16, november 1959, 5-7; B. Altena, 'Een broeinest der anarchie'. Arbeiders, arbeidersbeweging en maatschappelijke ontwikkeling. Vlissingen 1875-1929 (1940) (Amsterdam 1989); H. Buiting, Richtingen- en partijstrijd in de SDAP. Het ontstaan van de Sociaal-Democratische Partij in Nederland (SDP) (Amsterdam 1989); B. van Dongen, Revolutie of integratie (Amsterdam 1992); H.C. Heering, Socialisten en justitie (Groningen 1994); J. Perry, De voorman. Een biografie van Willem Hubert Vliegen (Amsterdam 1994).

Portret: 

G.W. Sannes, 1928, IISG

Handtekening: 

Huwelijksakte van Sannes/Sannes dd 7 mei 1902., Reg. 1902 fol 140  akte 137; akteplaats Groningen. Als bruidegom.

Auteur: 
P.J. Meertens, Albert F. Mellink
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 139-141
Laatst gewijzigd: 

21-08-2002

11-2-2017 (overlijdensdatum gecorrigeerd)