BOUWMAN, Engelbertus

Bertus Bouwman

(roepnaam: Bertus), vakbondsleider van het Nationaal Arbeids-Secretariaat en partijbestuurder van de Revolutionair Socialistische (Arbeiders) Partij, is geboren te Schiedam op 14 maart 1882 en overleden te Haarlem op 1 juni 1955. Hij was de zoon van Augustinus Bouwman, timmerman en graanweger, en Maria Jansje Nieste, huisvrouw en na 1904 winkelierster. Op 28 december 1904 trad hij in het huwelijk met Hermina Kok, met wie hij een dochter en drie zoons kreeg. Dit huwelijk werd ontbonden op 8 juni 1925. Op 26augustus 1925 hertrouwde hij met Martha Margarete Kozma, met wie hij een dochter kreeg. Dit huwelijk werd ontbonden op 23 juli 1938. Op 24 augustus 1938 hertrouwde hij met Aartje Schmits, verpleegster. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Bouwman groeide als oudste op in een Schiedams rooms-katholiek gezin. Hij volgde het onderwijs van de lagere RK-broederschool. Hij tekende op zeventienjarige leeftijd (1899) voor de Marine. De onrechtvaardige behandeling van de inlanders in het toenmalig Nederlandsch-Indië wekte zijn verontwaardiging. Door (opzettelijke?) verminking van een vinger werd hij voortijdig ontslagen. Hij liet zich uitschrijven bij de RK-kerk (1903) en werd bootwerker in Rotterdam (1904).

Bouwman werd vrij socialist en sloot zich aan bij de Algemeene Haven Arbeiders Vereeniging 'Streven naar Verbetering' (NAS), waarvan hij secretaris en later voorzitter werd. Tijdens de acties in verband met invoering van de graanelevatoren (1905-1907) verzette hij zich niet tegen deze maatregel, maar eiste de voordelen daarvan voor de arbeiders op. In 1910 werkte hij mee aan de heroprichting van het Plaatselijk Arbeids-Secretariaat (PAS)-Rotterdam, werd secretaris en later gesalarieerde. Ook was hij actief tijdens de zeelieden- en bootwerkersstaking van 1911. Vanaf 1912 werkte hij in Rotterdam samen met de Sociaal Democratische Partij (SDP) in het Landelijk Agitatie Comité tegen de Duurte. Bouwman toonde zijn propagandistische kwaliteiten in de brochure Ons standpunt. Waarom niet in de 'moderne' of christelijke organisaties georganiseerd, maar in de onafhankelijke? (1913). Zijn anti-oorlogs streven bleek uit zijn brochure De oorlog, zijn oorzaak en bestrijding (1915). In 1914 was hij actief in de Samenwerkende Arbeiders Vereenigingen (SAV, na 1916: Revolutionair Socialistisch Comité tegen de oorlog en zijn gevolgen). In 1916 werd hij voorzitter van de dan opgerichte Nederlandsche Federatie van Transportarbeiders (NAS). Na de succesvolle bootwerkersstaking van 1917 groeide hij uit tot een bekende Rotterdamse persoonlijkheid. Hij kantte zich steeds meer tegen het antiparlementarisme en hyperindividualisme van sommige anarchisten en syndicalisten. Nog als vrije socialist schreef Bouwman voor de Federatie van Revolutionaire Socialisten in 1918 de brochure De onmacht van het parlementarisme (in 1933 schreef hij daar echter een kritische aanvulling op: Het parlementarisme en de R.S.P.). In november 1917 verdedigde hij de uitgebroken Russische revolutie. Tijdens de oorlogsjaren groeide het revolutionaire NAS relatief sneller in ledental dan het reformistische NVV dat toenadering zocht. De door Bouwman en Sneevliet gewraakte houding van het NVV tijdens de grote transportstaking (1920) was er mede oorzaak van dat samenwerking van de beide vak-centrales op revolutionaire grondslag afketste. Tijdens deze jaren was Bouwman onder andere lid van crisiscommissies (1914-1918), commissies voor het havenbedrijf verbonden aan de Stuwadoorswet (1914), commissies van de gemeentelijke arbeidsbeurzen (vanaf 1916), de Loonraad in de Vervoerbedrijven (1918-1921) en de Hooge Raad van Arbeid (1919).

Vanaf 1920 keerde Bouwman zich tegen de anarcho-syndicalisten in het NAS. Deze wilden aansluiting bij de anarcho-syndicalistische Internationale Arbeiders Associatie (IAA Berlijn) in plaats van bij de communistische Rode Vakbewegings Internationale (RVI, Moskou). In 1923 traden ze uit en stichtten het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (NSV). Intussen (1920) was Bouwman tot de Communistische Partij in Nederland (CPN) toegetreden en ook partij bestuurder geworden. Als NAS-bestuurder ging hij in 1922 naar Moskou in verband met de RVI. Bouwman adviseerde tot aansluiting. Het NAS (referendum) stemde in. In 1924 echter drongen de CPN-leiding en RVI aan op gedeeltelijke ontmanteling van het NAS en aansluiting bij het NVV. In 1925 ging hij daarom opnieuw naar Moskou. Hij brak met de leiding van de CPN (1926) en bedankte als lid (1927). Ook het NAS brak definitief met CPN en RVI.

Het Revolutionair Socialistisch Verbond (RSV) vulde in 1928 het ontstane politieke vacuum. In 1929 werd het omgezet in de Revolutionair Socialistische Partij (RSP). Van beide was Bouwman medeoprichter. Bouwman was actief in het Antifo (= Comité Anti Fascisme en Oorlog, 1932) en het Comité van Verweer tegen Reactie, Fascisme en Oorlog (1933), waarvan hij penningmeester werd. Van 1933 tot 1940 was hij secretaris van het NAS. Tijdens Sneevliets gevangenschap in verband met 'opruiing' (muiterij op De Zeven Provinciën) was hij waarnemend voorzitter van de RSP. Op velerlei manieren stimuleerde Bouwman in zowel NAS als RS(A)P onder meer stakings- en werklozenacties, hulp aan Spanje en Duitse immigranten. In 1935 fuseerde de RSP met de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) tot de Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij (RSAP). Tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef Bouwman ageren tegen oorlog en oorlogsvoorbereiding, fascisme en stalinisme. In 1940 werd het NAS opgeheven. Bouwman, inmiddels 58 jaar, was werkloos. Met zijn vrouw begon hij een rusthuis in Haarlem. Voorzover bekend was Bouwman tijdens de Tweede Wereldoorlog niet actief in het verzet.

Bij 'gebrek aan beter', zoals hij zei, zocht hij na 1945 politiek onderdak bij de PvdA en was medeoprichter van het Sociaal-Democratisch Centrum. Inzake de vakbeweging raadde hij eerst hergroepering binnen het NVV aan. Later adviseerde hij eenheid binnen de Eenheidsvakcentrale (EVC). Voor de Algemene Bond van Bejaarden hield hij nog lezingen. Tot aan zijn plotselinge overlijden (1955) was hij secretaris van het Ferdinand Domela Nieuwenhuis-Fonds. Zijn overlijden verhinderde dat hij tot landelijk voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Pension-, Rusthuis- en Kamerverhuurbedrijven werd gekozen.

Archief: 
Manuscript Herinneringen van een oudstrijder in de arbeidersbeweging in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens, 182).
Publicaties: 
Ons standpunt in de grote loonactie (Rotterdam 1916); Tegen machtswaan en misleiding! De staking in het transportbedrijf (14 februari-26 april 1920) (Rotterdam 1920; met H. Sneevliet); Het congres der Roode Vak-Internationale te Moskou 1921: rapport N.A.S.-delegatie (Amsterdam 1921); Eenheid van het transportproletariaat (1922); De IJmuider vissers staken (1925); Reformistische en revolutionaire vakbeweging (Amsterdam 1926); De zevenjarige oorlog tegen de CPH om den uitbouw van het NAS (Amsterdam 1927); Arbeiders strijdt mee in het N.A.S.! (Amsterdam 1930); Ons oordeel over de zeeliedenstaking (1932); Wat leert de stucadoorsstaking? Strijdt mee tegen loonroof en regeeringsdictatuur (Amsterdam 1933); Bouwman publiceerde onder meer in de volgende periodieken: De Havenarbeider, Het Transportbedrijf, De Arbeid, De Nieuwe Tijd, Klassenstrijd, Solidariteit, De Nieuwe Weg, De Baanbreker, De Nieuwe Fakkel, De Rode October.
Literatuur: 
H. Mol, 'Uit het Rotterdamsche havenbedrijf' in: De Socialistische Gids, 1920; A.J. Teychiné Stakenburg, SVZ Stand van Zaken (Rotterdam 1957); J. de Kadt, Uit mijn communistentijd (Amsterdam 1965); F. Tichelman, Henk Sneevliet. Een politieke biografie (Amsterdam 1974); M. Perthus, Henk Sneevliet revolutionair-socialist in europa en Azië (Nijmegen 1976); V. Bultsma en E. van der Tuin, Het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (1923-1940) (Amsterdam 1980); G. Harmsen, Nederlands Communisme (Nijmegen 1982); J.E. Burger, Linkse frontvorming (Amsterdam 1983); M. Eekman, H. Pieterson, Linkssocialisme tussen de wereldoorlogen (Amsterdam 1987); W. Thorpe, 'The workers themselves'. Revolutionary syndicalism and international labour 1913-1923 (Dordrecht 1989);'Waarom schrijf je nooit meer?' Briefwisseling Henriette Roland Holst - Henk Sneevliet (Amsterdam 1995); J.W. Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2000); G. Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930) (Amsterdam/Antwerpen 2001).
Portret: 
E. Bouwman, IISG
Handtekening: 

Huwelijksakte van Bouwman/Kozma dd. 26 augustus 1925. Reg 5E fol 10v, akte 505; akteplaats Amsterdam. Als bruidegom.

Auteur: 
Tinus de Winter, Dick de Winter
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 20-22
Laatst gewijzigd: 
21-08-2002