HELSDINGEN, Willem Pieter Gerardus

Willem Pieter Gerardus Helsdingen

arbeiderspropagandist en sociaal-democratisch Tweede Kamerlid, is geboren te Rotterdam op 29 maart 1850 en overleden te Den Haag op 24 augustus 1921. Hij was de zoon van Gerrit Helsdingen, politieagent, en Pieternella Hazeboom, arbeidster in een fabriek van gebreide goederen. Op 19 november 1879 trad hij in het huwelijk met Hendrika van Enkhuyzen, met wie hij zeven dochters en zeven zonen kreeg.

Helsdingen was het zesde kind maar werd door kindersterfte de oudste. In 1864 werd zijn vader bij de politie ontslagen omdat hij een meerdere, die hem valselijk had beschuldigd, te lijf was gegaan. Zijn ouders begonnen een water- en vuurnering, waarbij de kinderen hielpen. Vanwege zijn goede leerprestaties stelden de onderwijzers voor hem tot onderwijzer op te leiden. Helsdingen was een half jaar kwekeling maar hieraan kwam een eind omdat hij weliswaar leergierig was maar ook onverschillig en geneigd tot kattekwaad. Hij hield emee op en begon als leerjongen bij een schoenmaker. Hier zegde hij na anderhalf jaar op toen het bijna tot een vechtpartij kwam nadat zijn baas hem met de spanriem had gedreigd. Op zijn veertiende begon hij als tapijtwever bij de firma Willeman & Co., waar hij tot 1890 zou blijven werken. Hij gold als vakbekwaam mattenwever en droeg bij aan verbeteringen van de getouwen. Zijn baas liet hem later de nodige vrijheid om politieke activiteiten te ontplooien. Helsdingen trouwde pas op zijn 29e, omdat hij na het overlijden van zijn vader zijn moeder onderhield. Deze hoefde daardoor niet in een armenhuis. De protestants opgeleide Helsdingen, die las wat hij krijgen kon, ontwikkelde zich door lezing van Multatuli tot vrijdenker. Met de georganiseerde arbeidersbeweging kwam hij omstreeks 1876 in aanraking, toen een zwager hem voor een vergadering van het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond (ANWV) uitnodigde. Helsdingen werd lid van de Rotterdamse afdeling en kwam in het bestuur. Een redevoering van F. Domela Nieuwenhuis over algemeen kiesrecht veroorzaakte in de afdeling een tegenstelling tussen voor- en tegenstanders van het socialisme. Helsdingen werkte mee aan de enquête die Domela Nieuwenhuis in 1880 over de arbeidsomstandigheden van werklieden hield. De 63 vragen vereisten een zekere mate van abstract denken om de eigen situatie kritisch te kunnen beoordelen. Helsdingen schreef zijn antwoorden eigenhandig in vrijwel foutloos Nederlands. Aangestoken door Domela's socialistische pleidooien behoorden Helsdingen en zijn in 1852 geboren broer Piet tot de oprichters van een vereniging van niet-kiezers in verband met de Kamerverkiezingen van juni 1881. In juli werd Helsdingen voorzitter van de op de zolder van het ANWV-gebouw gestichte Sociaal-Democratische Vereeniging in Rotterdam, die een jaar later zou opgaan in de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Helsdingen werd in de Centrale Raad van de SDB gekozen en begon met anderen in 1883 met de destijds in Rotterdam nog gevaarlijke straatcolportage van Recht voor Allen. In 1884 werd hij vice-voorzitter van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht. Toen Domela Nieuwenhuis in 1886 op beschuldiging van majesteitsschennis tot een jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, sprak Helsdingen op een protestmeeting in Den Haag, die omringd was door maar liefst tachtig agenten. Hij besloot zich eerst tot hen te wenden en sprak zo pakkend over hun omstandigheden dat het merendeel aan zijn lippen hing. Toen Domela na zijn vrijlating in 1887 naar Rotterdam kwam, ontaardde dit in heftige rellen waarbij het huisraad van zijn broer vernield werd. Naar aanleiding van Helsdingens op bijeenkomsten geuite kritiek op de ontwerp-Arbeidswet noemde de progressieve liberaal A. Kerdijk hem begin 1889 'de praktische, nuchtere werkman, die reeds inneemt door zijn flink, beschaafd uiterlijk; die zijn kracht niet zoekt in phrasen, maar door logische redeneering zijn gehoor tracht te overtuigen'. In juli 1889 bezocht hij met onder anderen Domela het internationaal socialistisch congres in Parijs en in september was hij betrokken bij de door vakbondsontwikkelingen in Engeland geïnspireerde staking van bootwerkers in de Rotterdamse haven. Omdat hij voor deze activiteiten langzamerhand te weinig tijd had, gaf de SDB hem driehonderd gulden bedrijfskapitaal teneinde hem meer gelegenheid te geven voor de propaganda. In 1890 nam hij ontslag en begon samen met zijn broer een eigen mattenweverij. Deze moeizame oplossing hielden zij vier jaar vol, waarna Helsdingen administrateur van het blad De Baanbreker werd. In 1893 richtte hij met H.J.J. Eichelsheim het sociaal-democratisch weekblad voor Zuid-Holland Vrijheid op, dat in 1895 in De Baanbreker zou opgaan.

In de tegenstelling die zich begin jaren negentig binnen de SDB tussen 'revolutionairen' en 'parlementairen' ontwikkelde, stond Helsdingen gereserveerd tegenover de oppositie van vooral 'heren'. De motie van de afdeling Hoogezand-Sappemeer op het SDB-congres met kerst 1893 om niet mee te doen aan de verkiezingen bestreed hij echter fel. In april 1894 bedankte Helsdingen, die in Rotterdam nauwelijks meer inkomen had en met een overgrote meerderheid van revolutionairen te maken had, als een van de eersten voor de SDB, omdat de tegenstellingen hem het leven vergalden. J.H.A. Schaper, aan wiens Groninger Weekblad Helsdingen had meegewerkt, en W.H. Vliegen beurden hem op. Helsdingen raakte betrokken bij de toenadering tussen sociaal-democratische 'arbeiders' en 'heren' en werd een van de twaalf 'apostelen'. In augustus was hij in Zwolle medeoprichter van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in Nederland (SDAP), waarvan hij de eerste voorzitter werd. Ook was hij lid van de commissie van vijf die het partijprogramma opstelde. Helsdingen trok het land in om de nieuwe partij te propageren. In Den Haag debatteerde hij met Domela en in Amsterdam was hij in het vergaderlokaal van de SDB in gebouw Constantia voorzitter van de bekende vergadering met de tegenstanders, die zodanig uit de hand liep dat hij deze moest sluiten. Helsdingen bleef actief in het partijbestuur en werd in januari 1896 administrateur van De Sociaal-Democraat, het partijorgaan dat onder redactie van P.J. Troelstra stond en een samensmelting was van De Baanbreker en De Wachter. Om gezondheidsredenen bedankte Helsdingen, die de eerste maanden van 1899 door oververmoeidheid ziek was, voor het voorzitterschap van het partijcongres. Bovendien was er in 1898 een hevige twist met Vliegen geweest, mogelijk wegens een verhouding met een van zijn dochters. Toen in 1899 in het partijbestuur bekend werd dat Vliegen een verhouding had met de vrouw van H.J. Poutsma, droeg Helsdingen sterk bij aan de verbanning van Vliegen naar Parijs. In 1900 verhuisde hij naar Amsterdam in verband met de verplaatsing van de zetel van het partijbestuur daarheen en zijn baan als administrateur van de nieuwe partijkrant Het Volk. Aan die administratie kwam een eind, toen hij in het voorjaar van 1901 naar Arnhem verhuisde, waar hij werd aangesteld als bezoldigd propagandist voor Gelderland en Twente. Bovendien werd hij dat jaar in het district Lochem bij de herstemming met steun van de rooms-katholieken gekozen als lid van de Tweede Kamer. In oktober 1902 begon hij met G.J. Wanink het blad De Arbeid, Weekblad voor de Arbeiderspartij in Gelderland en Overijssel. In 1904 lukte het hem in Arnhem de vrijgekomen raadszetel van C.L. Treffers te bezetten, waarna hij in 1905 als raadslid herkozen werd. Hij was actief voor het Bureau voor Arbeidsrecht in Arnhem, steunde in de omgeving de organisatie van steenbakkers en zat in het bestuur van de Vereeniging van Sociaal-Democratische Gemeenteraadsleden (tot 1908). 1905 was met alle plaatselijke en landelijke activiteiten een van zijn drukste jaren. De eerste drie maanden van 1906 moest hij vanwege oververmoeidheid en een hardnekkige bronchitis op medisch advies afzien van spreken in het openbaar. In 1905 was hij als enig Kamerlid in het voor de meerderheid uit marxisten bestaande partijbestuur gekomen. Hierin maakte hij alle verwikkelingen met de marxistische Tribunisten mee, die in 1909 in Deventer tot afscheiding van de Sociaal-Democratische Partij zouden leiden. Met Schaper trad hij eind 1908 uit het partijbestuur, waarvoor zij de steun van de Kamerfractie kregen. Het jaar daarop werden zij opnieuw gekozen. Op het buitengewoon congres in Deventer, waar de meerderheid voor oprichting van een marxistisch partijweekblad was, verklaarde Helsdingen zich onomwonden tegen dat plan.

Om zijn gezondheid te ontzien en zich meer aan het parlementaire werk te kunnen wijden besloot Helsdingen in 1908 een punt te zetten achter zijn werk in Arnhem en voor De Arbeid, en naar Den Haag te verhuizen. Op 1 maart nam L.M. Hermans de propaganda voor Gelderland en Overijssel over. De plaatselijke politiek vaarwel zeggen kon Helsdingen kennelijk niet, want in 1909 werd hij in de gemeenteraad van Den Haag gekozen. Een poging in 1910 ook in de Provinciale Staten van Zuid-Holland gekozen te worden mislukte. Raadslid bleef hij tot zijn overlijden in 1921. Toen fractievoorzitter K. ter Laan in 1914 burgemeester van Zaandam werd, volgde Helsdingen hem als voorzitter op, ondanks het feit dat hij met zijn gezondheid sukkelde. In feite gaven W. Drees en L. Hoejenbos de toon in de fractie aan. Helsdingen, die in 1901 in de Tweede Kamer gekozen was, stelde in 1902 de herziening van de nog op feodale verhoudingen teruggaande Jachtwet aan de orde en verdedigde in 1903 de spoorwegstakers. Bij de verkiezingen van 1905 werd hij al in eerste stemming in het district Lochem door een liberaal verslagen. In 1907 keerde hij evenwel in de Kamer terug, toen hij na het overlijden van P.L. Tak in het district Franeker bij de herstemming zijn anti-revolutionaire tegenstander versloeg. In 1909 en 1913 werd hij door het district Franeker herkozen, in 1918 door de kieskring Friesland. Volgens Schaper behartigde hij de zaken in de Kamer met grote ijver en veel talent. In 1912 stelde hij met anderen voor het Burgerlijk Wetboek te wijzigen teneinde de pachters tegen de landheren te beschermen. Verder verdedigde hij er de belangen van de steenhouwers en de werklieden in overheidsdienst. Schaper noemde hem een 'fijnvoelend en trouwhartig man'. Vliegen typeerde hem als 'een proletariër met goede hersens en een warm gemoed': 'als Helsdingen spreekt of schrijft, is 't altijd de arbeider die opkomt tegen het een of andere maatschappelijke onrecht, of in eenvoudige woorden zijn klassegenooten poogt op te wekken tot deelname aan den strijd waaraan hij zijn geheele leven heeft gewijd'.

Publicaties: 

Een kijkje in de binnenlanden van het kikkerland. Voordracht (Rotterdam 1893); Neemt deel aan den strijd! Een woord tot opwekking (Amsterdam 1896; 2e druk 1899; 3e druk z.j.); De maatschappelijke orde (Amsterdam ca. 1901; drie drukken); De Jachtwet in de Tweede Kamer (Amsterdam 1902); 'Korte levensschets' in: De Jonge Gids, 4,6, februari 1902, 655-94 (autobiografisch); 'Landbouwstatistiek' in: De Nieuwe Tijd, 1904, 138-41; Volkscatechismus. Voor ons land bewerkt door - (Amsterdam 1904; 2e druk 1910); De loontoestand van het lagere personeel der posterijen i.v.m. het duurder worden der woninghuur en levensbehoeften. Rede (Amsterdam 1908); (met A. van der Heide) Het kiesdistrict Franeker voor de Tweede Kamer. Gegevens en cijfers betreffende den toestand en de welvaart van zijn bewoners (St. Annaparochie 1909); (met W.C.A. van Vredenburch) Algemeen kiesrecht (Baarn 1910; Pro en contra vraagstukken van algemeen belang); Aan den heer Jan Onverschillig te Overal in Nederland. Vijf brieven aan een onverschillige (z.pl. 1911); Stenografisch verslag van de besprekingen in de Tweede Kamer over de motie Helsdingen omtrent de tijdelijke voorziening ten aanzien van de salarissen van ambtenaren (Amsterdam 1911); Advies over het voorstel Helsdingen c.s. tot het aanbrengen van wijzigingen in de bepalingen, betreffende het huren en verhuren van landerijen (Nijmegen 1912); Advies over de voorstellen Helsdingen c.s. (Nijmegen 1912; Vereeniging 'Het Grondbezit'); 'Ik doe er niet an'. Gesprek tusschen een huisbezoeker der S.D.A.P. en een kiezer die onverschillig is voor de politiek (Amsterdam 1913; twee drukken); Het personeel van Post, Telegraaf en Telefoon en de verkiezingen van juni (Amsterdam 1913); De rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van ambtenaren en werklieden in dienst van het rijk (Baarn 1913); De Rijkswerklieden en de verkiezingen van juni (Amsterdam 1913).

Literatuur: 

Bymholt, Geschiedenis; Scipio, 'Silhouetten uit de arbeidersbeweging. III. W.P.G. Helsdingen' in: De Jonge Gids, 2, 1898-1899, 888; Na tien jaar. Gedenkschrift bij het tienjarig bestaan der Sociaal-Democratische Arbiderspartij (Amsterdam 1904); Vliegen, Dageraad I-II (personalia in: I, 60-8); Gedenkboek ter gelegenheid van het vijf en twintig-jarig bestaan van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in Nederland (Amsterdam 1919); L.J. Jordaan, 'De motie Helsdingen' in: De Notenkraker, 4.10.1919; 'W.P.G. Helsdingen overleden' in: Haarlems Dagblad, 22.8.1921; J.H. Schaper, 'W.P.G. Helsdingen overleden (28 Maart 1850-20 Augustus 1921)' in: De Socialistische Gids, 1921, 865-70; Vliegen, Kracht I-III; P.J. Troelstra, Gedenkschriften. Tweede en Derde Deel (Amsterdam 1928, 1929); C.A.M. Diepenhorst, De sociaaldemocratie in de residentie (Den Haag 1932); J.H. Schaper, Een halve eeuw van strijd (Groningen 1933, 1935); D.J. Wansink, Het socialisme op de tweesprong (Haarlem 1939); A.C.J. de Vrankrijker, Het wervende woord (Amsterdam 1950); E. Hueting, W.P.G. Helsdingen arbeiderspropagandist 1850-1921 (kandidaatsscriptie politicologie Universiteit van Amsterdam 1973); M. Schouten, De socialen zijn in aantocht (Amsterdam 1976); J.M. Welcker, Heren en arbeiders (Amsterdam 1976); 'Levensverhaal van Willem Helsdingen, geboren in 1850, tapijtwever te Rotterdam' in: J. Giele, Arbeidersleven in Nederland 1850-1914 (Nijmegen 1979) 154-9; H. Buiting, '"Een uiting van ziekelijkheid". Het gedwongen vertrek van Vliegen naar Parijs' in: BNA, nr. 2, april 1984, 25-35; G. Harmsen, 'Waarom had Willem Helsdingen iets tegen Willem Vliegen?' in: BNA, nr. 2, april 1984, 36-7; H. Buiting, Richtingen- en partijstrijd in de SDAP (Amsterdam 1989); M. Helsdingen, Een leven in de schaduw. Willem Pieter Gerardus Helsdingen 1850-1921 (scriptie Leusden 1989); J. Perry, De voorman. Een biografie van Willem Hubert Vliegen 1862-1947 (Amsterdam 1994).

Portret: 

Willem Pieter Gerardus Helsdingen, uit Vliegen, Dageraad I (Amsterdam 1905), t.o. 72

Auteur: 
Ernest Hueting, Bob Reinalda
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 8 (2001), p. 72-76
Laatst gewijzigd: 

06-01-2011 (datum ontslag vader gecorrigeerd, literatuurverwijzing toegevoegd)