JONGE, Willem Caspar de

Willem Caspar de Jonge

leider van de coöperatie Het Volksbelang in Maastricht en SDAP-Kamerlid, is geboren te Middelburg op 21 juli 1866 en overleden te Bilthoven op 20 februari 1925. Hij was de zoon van jonkheer Caspar de Jonge, raadsheer bij het hof, en Johanna Wilhelmina De Crane. Op 30 augustus 1895 trad hij in het huwelijk met Cornelia van Vladeracken, met wie hij twee dochters en een zoon kreeg.

De Jonge was afkomstig uit een adellijk, Zeeuws geslacht. Zijn vader was raadsheer aan het provinciaal gerechtshof in Middelburg. Na de opheffing van dit gerechtshof verhuisde het gezin in 1875 naar Den Haag, waar zijn vader opnieuw tot raadsheer werd benoemd. Na het Haagsch Gymnasium volgde De Jonge een opleiding bij de Rijksdienst der Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen. Hij was een paar jaar als inspecteur bij deze dienst werkzaam, maar nam zelf ontslag uit een werkkring, 'die bij zijn heele figuur niet paste', zoals W.H. Vliegen het uitdrukte. Hierna leefden Willem en zijn vrouw Cornelia - eveneens van adellijke (Westfriese) afkomst - van haar vermogen, waarvan zij ongeveer f 800,- per jaar aan inkomen trokken. In 1897 vestigden zij zich in Cadier en Keer, even buiten Maastricht. Zij leidden een sober bestaan en deden alles zelf. Zij bakten hun eigen brood en kweekten hun eigen groenten en fruit.

De breuk met hun adellijke afkomst voltrok zich ook in politiek opzicht. De Jonge zocht weldra contact met de socialistische arbeidersbeweging in Maastricht, die na het vertrek van Vliegen en G.H. Pieters in 1896 danig verzwakt was. Vliegen zag aanvankelijk in De Jonge zijn opvolger, maar een eerste ontmoeting deed hem snel op zijn voornemen terugkomen. De zeer aristocratische De Jonge die 'vrijwel niets had van een politiek agitator' was in zijn ogen niet de meest geschikte figuur om de Maastrichtse arbeiders aan te voeren. Ondanks de afstand die nooit geheel zou verdwijnen tussen de melancholische, ascetische De Jonge en de vaak luidruchtige en luchtige Maastrichtenaren won deze door zijn nimmer aflatende werklust het respect van de achterban. Van een leien dakje ging dat overigens niet. Zijn gebrek aan tact was meer dan eens aanleiding tot conflicten. Al snel raakte hij betrokken bij de plannen van de aardewerkersorganisatie Loon naar Werk om een verbruikerscoöperatie op te richten. Nadat in 1900 de Maastrichtsche Coöperatieve Broodbakkerij- en Verbruikersvereeniging 'Het Volksbelang' was opgericht, kreeg de bakkerij van de coöperatie in 1902 een onderkomen in het Volkshuis. Dit pand was in 1900 door de socialistische beweging aangekocht met behulp van een lening van Cornelia, afkomstig uit een erfdeel van haar grootouders Van Foreest van moederskant. Van maart 1901 tot maart 1902 bewoonde het echtpaar met hun vierjarig zoontje de bovenverdieping van de Maastrichtse 'rode burcht'. De Jonge bleek een bekwaam bestuurder van de coöperatie. Het dagelijkse werk kwam vooral op hem neer, omdat Servaas Baart, sedert 1900 administrateur van de coöperatie, nog vele andere tijdrovende functies vervulde. In 1901 nam De Jonge het initiatief tot de oprichting van het blad Samenwerking. Voor het eerst sedert het opheffen van De Volkstribuun in 1897 beschikten de Limburgse socialisten weer over een periodiek. Geredigeerd door de beide De Jonges - vandaar de naam - en Baart, dreef dit in de praktijk weer op De Jonge. Na de verloren tweede spoorwegstaking in 1903 stopte hij echter met het blad. Nadat Baart in 1907 naar Delft vertrokken was, nam De Jonge diens taak als administrateur van de coöperatie over. Onder zijn energieke leiding bereikte deze haar grootste bloei. De Jonge, die een hekel had aan het gepietepeuter waarmee hij zich af en toe moest bezighouden, eiste veel van zijn personeel. Conflicten daarover bleven niet uit. P.J. Troelstra verweet hem in dat verband een uitzuiger te zijn, die geen gram socialisme in zich had.

In de jaren 1907 tot 1910 kreeg De Jonge het aan de stok met de propagandist van de SDAP in Maastricht, Henri van Vorst. In het blad De Voorvechter ontpopte Van Vorst, ex-pater Capucijn uit Tilburg, zich, zeer tot ongenoegen van De Jonge en Hubert Paris, de leider van de Maastrichtse socialisten, als een fel bestrijder van godsdienst en kerk. De tactiek van Van Vorst dreef de katholieke tegenstanders van de SDAP op één hoop. Bevreesd dat de coöperatie het doelwit zou worden van de roomse anti-Van Vorst-campagne drong De Jonge er op aan een eind te maken aan de activiteiten van Van Vorst. Het partijbestuur greep in. Doordat Van Vorst zijn functies neerlegde, werd een verdere polarisatie in de SDAP-afdeling tussen 'De Jongeanen' en 'Van Vorsteanen' voorkomen. Kort voor de Eerste Wereldoorlog verhuisde het gezin De Jonge vanwege de gezondheid van een van de kinderen naar Scheveningen. Vandaaruit pendelde De Jonge wekelijks op en neer naar Maastricht, waar hij nog altijd belast was met de leiding van de coöperatie. Tijdens de oorlog trok hij fel van leer tegen de levensmiddelenschaarste. Voortdurend oefende hij kritiek uit op de plaatselijke en landelijke overheid en drong erop aan de prijzen van de eerste levensmiddelen laag te houden en de distributie beter en sneller te doen verlopen. Botsingen hierover tussen de voortvarende De Jonge en het lakse gemeentebestuur bleven niet uit.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van juli 1918 werd De Jonge in de kieskring XVIII (Limburg) voor de SDAP gekozen. Hij verliet Maastricht nu definitief voor Den Haag. In de Tweede Kamer was hij een bekwaam, zij het enigszins onopvallend afgevaardigde. Zijn Kamerlidmaatschap was evenwel van korte duur. Bij de verkiezingen van 1922 werd hij niet herkozen. Hij nam nu de functie van propagandist voor de SDAP in Noord-Brabant op zich. Het gezin vestigde zich in Den Bosch, waar hij lid van de gemeenteraad werd. Bovendien keerde hij in datzelfde jaar nog terug naar het Binnenhof als Eerste Kamerlid voor de SDAP. De termijn in de senaat maakte De Jonge niet vol. In februari 1925 overleed hij na een zware ziekte.

Archief: 

Archief W.C. de Jonge in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens, 196-197).

Literatuur: 

J. Perry, Roomsche kinine tegen roode koorts (Amsterdam 1983); J. Perry, C. Cillekens, J. Luyten, Het Volkshuis (Maastricht 1986).

Portret: 

W.C. de Jonge, met echtgenote en kinderen 1914, IISG

Auteur: 
Caspar Cillekens
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 74-76
Laatst gewijzigd: 

30-05-2002